Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
project het aanleggen van een inrit”.
Rechtbank Noord-Holland
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Purmerend terecht een omgevingsvergunning heeft verleend voor een uitweg aan de achterzijde van een woning aan het hofje in Purmerend. Eiser betoogde dat door de vergunning openbare parkeerplaatsen verloren zouden gaan, wat een weigeringsgrond is volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV).
De rechtbank oordeelde dat het college terecht heeft geoordeeld dat er op de locatie van de uitweg geen ruimte is voor openbare parkeerplaatsen zonder dat uitritten en garages worden geblokkeerd. Dit is onderbouwd met een verbeelding van rijcurves van voertuigen en de geldende verkeersregels die parkeren voor uitritten verbieden. Hoewel er feitelijk wel geparkeerd werd, is dit niet toegestaan.
De rechtbank bevestigt dat het college gebonden is aan de weigeringsgronden uit de APV en geen belangenafweging mag maken. Omdat geen weigeringsgrond van toepassing is, was het college verplicht de vergunning te verlenen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de uitweg wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.