Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
4 BV
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
- explootkosten € 129,85
- griffierecht € 365,00
- salaris gemachtigde € 408,00
- nakosten €
- Totaal € 1.004,85
Rechtbank Noord-Holland
De huurder [gedaagde] huurt sinds 1998 een woning van [eiseres]. Na eerdere klachten over overlast door honden en een schikking in 2019, kwamen opnieuw klachten binnen over hondenoverlast en vermoedens van onderverhuur. Op 25 september 2023 meldde zich een derde die samen met zijn gezin in de woning verbleef.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van een huurachterstand van €6.951,84, incassokosten en een schadevergoeding gelijk aan de winst uit de onderverhuur. De huurder ontkent overlast en erkent slechts kortdurende Airbnb-verhuur, die hij stopzette.
De huurder en zijn dochter verschenen niet op de zitting, waardoor zijn verweer onvoldoende is toegelicht. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand, de overlast en de onderverhuur ernstige tekortkomingen vormen die ontbinding rechtvaardigen. De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming bevolen, en de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, lopende huur, wettelijke rente en een maandelijkse schadevergoeding van €200 wegens winst uit onderverhuur. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen wegens ontbreken van een correcte aanmaning. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming bevolen en [gedaagde] veroordeeld tot betaling van huurachterstand, lopende huur, wettelijke rente en maandelijkse schadevergoeding wegens winst uit onderverhuur.