Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure
- het deskundigenbericht van 7 december 2023,
2.De verdere beoordeling
1. Kunt u op basis van de voorhanden zijnde foto’s en andere bescheiden bepalen hoe de toestand van de oprit, de schutting en de fundering van de schutting op het perceel [adres 1] te [plaats 1] was voordat Bouwbedrijf [gedaagden] de werkzaamheden op perceel [adres 2] begon?
- de deskundige heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de vaststellingen uit het rapport van De Graaf Geo Constructions, waaruit volgens [eiser] blijkt dat het aanbrengen van de damwand schadelijke gevolgen voor de schutting zou hebben gehad;
- het is onduidelijk wat de deskundige bedoelt met zijn opmerking dat Bouwbedrijf [gedaagden] niet niks heeft gedaan om schade te voorkomen;
- de deskundige concludeert ten onrechte dat de toestand van de funderingsbalk en de schutting voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden niet geheel uit de eerste nulmeting kan worden afgeleid en hij gaat er daarbij aan voorbij dat het risico van het doen van geen of een onvolledige nulmeting voor rekening en risico van Bouwbedrijf [gedaagden] zou moeten komen;
- de deskundige heeft vraag 4 van de rechtbank niet adequaat beantwoord, omdat hij niet is uitgegaan van herstel van de toestand waarin [eiser] zou hebben verkeerd wanneer de schadetoebrengende werkzaamheden zouden zijn uitgebleven maar van de vraag in hoeverre herstel van de aannemer verlangd kan worden;
- [eiser] begrijpt niet waarom de deskundige vindt dat het niet is uitgesloten dat een deel van de bolling (de schutting die het maaiveld volgt) al bij de uitvoering is ontstaan. Zonder nadere uitleg kan deze aanname van de deskundige volgens [eiser] niet voor waar worden aangenomen;
- het is onduidelijk waarom de deskundige de Huizenspecialist niet gelooft als de Huizenspecialist nadrukkelijk en desgevraagd aangeeft de scheefstand van de kolommen van de schutting altijd te hebben gecontroleerd tijdens de nulmetingen. De enige verklaring die de deskundige voor zijn conclusie geeft is dat de Huizenspecialist ook bij de tweede opname geen controle op scheefstand heeft uitgevoerd. Deze verklaring is aantoonbaar onjuist, aldus [eiser] ;
- de deskundige probeert ten onrechte de uitkomsten van de xyz-metingen als onnauwkeurig af te doen;
- de deskundige concludeert onterecht dat de zijwaartse uitwijking niet hersteld hoeft te worden, omdat niet vast te stellen is wat de oude toestand is;
- de deskundige treedt buiten zijn opdracht door te concluderen dat de zijwaartse uitwijking niet wezenlijk te corrigeren is en dat een geringe afwijking van 6 centimeter vrijwel niet waarneembaar is. De conclusie dat de afwijking van 6 centimeter niet waarneembaar is, is bovendien onjuist volgens [eiser] ;
- de deskundige stelt ten onrechte niet vast dat de funderingsbalk zich deels op de grond van het buurperceel bevindt, terwijl dit wel volgt uit de stukken;
- de deskundige heeft ten onrechte geoordeeld dat de planken van de schutting hergebruikt kunnen worden, terwijl [eiser] stelt dat de planken individueel op maat zijn gemaakt en sommige planken al op spanning staan;
- de deskundige gaat er onterecht vanuit dat er een stabiele eindsituatie is, terwijl [eiser] stelt dat zetting zal plaatsvinden en blijven plaatsvinden in de aankomende jaren;
- de deskundige is in het register voor gerechtelijk deskundigen niet ingeschreven als deskundige op het gebied van funderingen of zakkingen.