Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[adres 1] ,
mrs. A.E.M. van Loon, A.F. Hof en A.M.H.G. Peters (hierna in enkelvoud: de officier van justitie) en van wat de verdachte en zijn raadslieden, mrs. G.J. van Oosten en P. Metgod, advocaten te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1.Inleiding
modus operandi(werkwijze) legde de politie een link tussen de gewelddadige dood van [slachtoffer 1] en andere gewelddadige overvallen die zich hadden voorgedaan in de regio West-Friesland. De politie zag overeenkomsten op het gebied van het type slachtoffers, het aantal daders, de wijze van verschaffen van toegang tot de woning, het gebruik van (extreem) geweld en vuurwapens en de buit. Naar aanleiding van meldingen bij het Team Criminele Inlichtingen en Meld Misdaad Anoniem kwamen verschillende personen in beeld als mogelijke betrokkenen bij deze overvallen. Een aantal van die personen was ook al aangemerkt als verdachte in TGO Ararat. Gezien de overeenkomsten in zowel de werkwijze als de mogelijk betrokken personen ging de politie ervan uit dat de overvallen door één dadergroep zijn gepleegd. In juli 2021 werd onder de naam Geul een overkoepelend onderzoek naar de reeks gewelddadige overvallen gestart.
Mainz
[slachtoffer 3]
[medeverdachte 4]
Oberhof
Nieuwe Niedorp
Tankstation [slachtoffer 5]
[medeverdachte 4]
Millet
[slachtoffer 7]
[medeverdachte 3]
[medeverdachte 4]
Zwenkau
[slachtoffer 9]
[medeverdachte 3]
[medeverdachte 4]
[slachtoffer 11]
[slachtoffer 12]
Ararat
[medeverdachte 4]
Willich
Noord-Scharwoude
[slachtoffer 14]
[medeverdachte 5] [medeverdachte 3]
8 augustus 2020 t/m 22 juli 2021
[medeverdachte 3]
[medeverdachte 4]
2.Tenlastelegging
– samengevat – heeft schuldig gemaakt aan:
- medeplegen van poging tot afpersing van [slachtoffer 1] , met de dood ten gevolge, in Berkhout op 14 juni 2021.
4.Beoordeling van het bewijs
13 juni 2021 bij de verklaring van [getuige 1] en heeft [medeverdachte 4] in afgeluisterde gesprekken tussen hem en zijn moeder en met zijn toenmalige vriendin bevestigd dat hij de auto van [getuige 1] heeft geleend.
Om 17:31 uur was [naam 1] in de omgeving van het treinstation Hoorn. Op datzelfde tijdstip maakte [medeverdachte 2] contact met een Cell-ID die ook dekking geeft aan het treinstation te Hoorn.
- of hij wel of niet op het erf van [slachtoffer 1] is geweest,
- wat de reden is geweest om de plaats van het delict te verlaten (licht aan zag gaan/staan, gordijnen zien bewegen, het horen van een geluid, en zo ja, in/vanuit welke woning),
- hoe hij de plaats van het delict heeft verlaten (lopend/rennend),
- of hij vervolgens met de trein van Hoorn naar Alkmaar (Noord) is gereisd.
welke poging tot diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- vuurwapens en een breekijzer ter hand te nemen, en
- met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
Ernst van het feitDe verdachte is samen met anderen in het holst van de nacht naar de woning van [slachtoffer 1] gereden, een alleenstaande man op leeftijd. Zij hadden het plan opgevat om daar geld te stelen dat in een kluis in de woning zou liggen. Daartoe hebben de verdachte en zijn medeverdachten vuurwapens, een breekijzer en een schroevendraaier meegenomen. De deur van de woning is opengebroken, waarna het in de hal van de woning tot een gewelddadige confrontatie is gekomen met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] is daarbij in zijn borst geschoten, waarna de overvallers zonder buit zijn vertrokken. Zij hebben [slachtoffer 1] zwaargewond achtergelaten. [slachtoffer 1] heeft nog twee keer geprobeerd te bellen, maar is korte tijd later aan zijn verwondingen bezweken en komen te overlijden. Hij is de volgende dag door zijn buurman en diens collega gevonden.
De rechtbank overweegt verder dat de verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en geen spijt heeft betuigd voor zijn betrokkenheid bij het overlijden van [slachtoffer 1] . Hij heeft niet willen meewerken aan de reconstructie en heeft niet willen verklaren wat er bij de woning van [slachtoffer 1] is voorgevallen en wie daarbij betrokken zijn geweest. De naasten van [slachtoffer 1] tasten nog altijd in het duister over wat er die nacht precies is voorgevallen, terwijl de rechtbank zich kan voorstellen dat die informatie voor hen helpend kan zijn bij de verwerking van de dood van [slachtoffer 1] . Ook dit rekent de rechtbank de verdachte aan en houdt daarmee in zijn nadeel rekening.
pogingtot een diefstal, omdat uiteindelijk geen bezittingen van [slachtoffer 1] zijn weggenomen. Op een poging staat in de wet een lagere maximumstraf gesteld dan op een voltooid misdrijf. Dat niet is vastgesteld dat de verdachte in de woning is geweest en dat niet is gebleken dat hij geweldshandelingen heeft verricht jegens het slachtoffer, zijn voor de rechtbank eveneens strafverlichtende factoren.
- het strafblad van de verdachte, gedateerd 8 februari 2024;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitie rapport van 23 augustus 2022 van J.J. Mol, psychiater in opleiding, onder supervisie van J. Neeleman, psychiater;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 30 augustus 2022 van
drs. J. Yntema, GZpsycholoog;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 6 januari 2023 van A.C. van Dijk, psychiater;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 19 januari 2023 van drs. J. Yntema, GZpsycholoog;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 21 augustus 2023 van M.B.F. van Berkel, psychiater en rapporteur in opleiding, en C.A.M. van der Meijs, psychiater;
- (de op 5 maart 2024 gecorrigeerde versie van) het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 24 augustus 2023 van E.C. Wendt, GZpsycholoog.
Op basis van de informatie die is verzameld heeft psycholoog E.C. Wendt uiteindelijk geconcludeerd dat kan worden gesproken van een psychische stoornis in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Onbekend is echter in hoeverre disfuncties vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis een rol hebben gespeeld in het tenlastegelegde. Om die reden kan zij geen advies geven over de mate waarin het bewezenverklaarde de verdachte kan worden toegerekend. Ook is de kans op herhaling niet goed te voorspellen. Slechts in algemene zin kan worden gesteld dat het risico op recidive van het plegen van vermogensdelicten hoog is.
Psychiaters Van Berkel en Van der Meijs hebben ook een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken vastgesteld. Daarnaast is volgens hen sprake van een stoornis in cannabisgebruik, ongespecificeerd qua ernst. Ook zij hebben echter geen zicht verkregen op de eventuele doorwerking van de persoonlijkheidsstoornis en de stoornis in cannabisgebruik op het tenlastegelegde en onthouden zich van het geven van een advies over de mate van toerekenbaarheid. In algemene zin is het risico op recidive van het plegen van misdrijven, vooral voor vermogensdelicten, hoog. Echter, het risico op herhaling van gelijksoortig ernstig geweld valt niet goed te voorspellen. De impuls- en agressieregulatie lijkt in vergelijking tot de adolescentie wel verbeterd, aldus deze gedragsdeskundigen.
op dit momentaan het gevaarscriterium wordt voldaan. Anders dan het openbaar ministerie vindt de rechtbank dat dit ook niet kan worden geconcludeerd uit een advies van de reclassering uit 2019. De rapportages van de psychologen en psychiaters die in onderhavige zaak zijn opgesteld bieden onvoldoende grond voor het oordeel dat de veiligheid van personen of goederen de oplegging van de TBSmaatregel eist. De deskundigen hebben geen uitspraak kunnen doen over het herhalingsgevaar/recidiverisico. Uit de meest recente rapportages van de psycholoog en psychiaters blijkt slechts dat er in het algemeen een verhoogd risico op het plegen van vermogensdelicten bestaat. Het risico op herhaling van gelijksoortig ernstig geweld valt volgens de gedragsdeskundigen niet goed te voorspellen. Daarnaast merken de psychiaters op dat de impuls- en agressieregulatie van de verdachte in vergelijking tot de adolescentie lijkt te zijn verbeterd. De deskundigen hebben ook geen van allen oplegging van een TBSmaatregel geadviseerd. De rechtbank ziet daarom in het bewezenverklaarde, in het strafblad van de verdachte en in de over hem recent opgemaakte rapportages van de deskundigen onvoldoende grond voor het oordeel dat de (algemene) veiligheid van personen of goederen de oplegging van de TBS-maatregel eist. De rechtbank zal daarom aan [verdachte] alleen een gevangenisstraf opleggen.
Voorlopige hechtenisHet verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen, omdat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en aan [verdachte] een gevangenisstraf oplegt die van aanzienlijk langere duur is dan de reeds door hem ondergane voorlopige hechtenis. De gronden waarop de voorlopige hechtenis is gebaseerd zijn nog aanwezig.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
78 (achtenzeventig) maanden.
welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot afpersing in vereniging en/of een poging tot diefstal met geweld in vereniging van een of meerdere goederen van zijn/hun gading, gepleegd tegen die [slachtoffer 1]
en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden
en/of
hij op of omstreeks 14 juni 2021 te Berkhout, (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn/haar mededaders(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand heeft genomen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.