Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 1. Functie
€ 12.503 aangegeven.
.Eiser heeft op 9 februari 2017 een woning aan de [adres] te [gemeente 2] gekocht voor een koopprijs van € 1.620.000. De leveringsakte aangaande deze koop is op 15 februari 2017 gepasseerd.
€ 655.000 € 5.150
Geschil23. In geschil is of de aanslag IB/PVV 2017 tot het juiste bedrag is opgelegd en of terecht en naar het juiste bedrag een vergrijpboete is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of eiser de vereiste aangifte heeft gedaan, of omkering en verzwaring van de bewijslast toegepast kan worden en of de betalingen ontvangen van [naam 5] als gift of als belastbare inkomsten kwalificeren.
.
.De rechtbank zal de vraag beantwoorden of verweerder een redelijke schatting heeft gemaakt van het inkomen van eiser. De omkering en verzwaring van de bewijslast ontslaat verweerder namelijk niet van zijn verplichting een redelijke schatting te maken van de inkomensbestanddelen. Het vereiste van een redelijke schatting strekt, in de context van de omkering en verzwaring van de bewijslast, ertoe te voorkomen dat een aanslag naar willekeur wordt vastgesteld (vgl. Hoge Raad 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184).