ECLI:NL:RBNHO:2024:5448
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete wegens te late aangifte inkomstenbelasting 2019 ondanks coronomoeilijkheden
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser tegen een door de Belastingdienst opgelegde verzuimboete van €385 wegens te late indiening van de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2019. Hoewel eiser stelde dat de coronacrisis hem verhinderde tijdig aangifte te doen, kon hij dit niet aannemelijk maken als afwezigheid van alle schuld (avas).
De rechtbank oordeelde dat eiser de herinnering en aanmaning had ontvangen en dat de aangifte pas op 10 december 2020 werd ingediend, na de uiterste datum van 9 december 2020. Het beroep op versoepeling van het verzuimboetebeleid vanwege corona faalde omdat die versoepeling alleen betrekking had op betalingsverzuimen, niet op te late aangifte.
De rechtbank achtte de opgelegde boete passend en matigde deze slechts naar €369, het juiste bedrag volgens het beleid voor het belastingjaar 2019. Verder werd het beroep gegrond verklaard vanwege de te late uitspraak op bezwaar, maar zonder rechtsgevolgen, en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd daarmee deels toegewezen.
Uitkomst: De verzuimboete wordt verminderd naar €369 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.