ECLI:NL:RBNHO:2024:545
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens algemene weigeringsgronden en onvoldoende bijzondere omstandigheden
Eiser vroeg bij de gemeente Zaanstad een urgentieverklaring aan op grond van de Huisvestingsverordening 2021, omdat hij en zijn gezin in een benarde woonsituatie verkeren. De aanvraag werd op 4 mei 2023 afgewezen en het bezwaar daarop op 10 juli 2023 eveneens ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Noord-Holland.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente terecht algemene weigeringsgronden toepaste, met name dat eiser niet aan zijn inspanningsverplichting had voldaan door zich pas laat in te schrijven bij Woningnet en onvoldoende te reageren op woningaanbod. Hierdoor kon de aanvraag niet worden getoetst aan sociale of medische urgentie. Ook de door eiser ingebrachte medische gegevens maakten geen medische noodzaak aannemelijk.
Daarnaast slaagde het beroep op de hardheidsclausule niet, omdat de omstandigheden niet zodanig schrijnend waren dat hiervan afgeweken moest worden. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde eveneens, omdat dit geen recht op urgentie geeft en de belangenafweging niet anders uitviel dan de beoordeling van de hardheidsclausule.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de afwijzing van de urgentieverklaring en wees het verzoek om griffiekosten en proceskosten af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 januari 2024 door rechter Bruin.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de urgentieverklaring.