Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslag
8.Vorderingen nabestaanden
- de verhuiskosten van € 1.500,00;
- de kosten van nieuwe meubels van € 1.897,70;
- de kosten van een koelkast van € 515,90;
- de kosten van een deurbel met alarmsysteem van € 607,00;
- de toekomstige medische kosten c.q. eigen risico van € 6.000,00.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
10 jaren.
[benadeelde 2]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 17.500,00en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 17.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 108 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde 3]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 17.500,00en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 17.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 108 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 24.320,00,bestaande uit materiële en immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan immateriële schade zijnde een bedrag van € 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 4], voornoemd, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan materiële schade zijnde een bedrag van totaal € 4.320,-, waarover de wettelijke rente als volgt wordt bepaald,
[benadeelde 4]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 24.320,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Indien de schadevergoedingsmaatregel niet volledig wordt voldaan, kan gijzeling worden toegepast met een totale maximumduur van 149 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde 5]dat ziet op de materiële schade.
[benadeelde 5]niet-ontvankelijk met betrekking tot de affectieschade en de schokschade.