Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Hoorn, [slachtoffer 1] , opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 1] tweemaal, althans eenmaal in de buik en/of romp, in elk geval in diens lichaam te steken met een mes, althans een scherp puntig voorwerp;
hij op of omstreeks 4 februari 2023 te Grootebroek, gemeente Stede Broec en/of Abbekerk, gemeente Medemblik, althans in Nederland [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door dreigend tegen die [slachtoffer 2] te zeggen/roepen:
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak A onder 1 ten laste gelegde
knock out. [slachtoffer 1] stond met zijn rug tegen het aanrecht. Het hoofd van de verdachte werd naar beneden gehouden door de nekklem, aldus de verdachte. De verdachte heeft toen - naar eigen zeggen - met zijn linkerhand gezocht naar iets op het aanrecht, waarmee hij [slachtoffer 1] van zich af zou kunnen slaan. De verdachte heeft vervolgens een voorwerp van het aanrecht gepakt, waarmee hij twee keer met snelle slagen van zich heeft afgeweerd. De verdachte had geen idee welk voorwerp hij had gepakt. Achteraf begreep de verdachte dat dit voorwerp een mes moest zijn geweest. De verdachte heeft stellig verklaard dat hij op dat moment niet zou hebben geweten dat het een mes was.
Bewezenverklaring
hij op 1 januari 2023 te Hoorn, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 1] tweemaal in de buik te steken met een mes;
hij op 4 februari 2023 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door dreigend tegen die [slachtoffer 2] te roepen:
hij op 28 april 2022 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, opzettelijk en wederrechtelijk een raam toebehorende aan een ander heeft vernield.
Bewijsmiddelen
Strafbaarheid van de feiten
(het hof begrijpt: [getuige 2] en [getuige 3] )ook zijn gestopt om de vechtpartij te stoppen. [slachtoffer 1] en de verdachte rolden de hele woonkamer door en uiteindelijk gingen ze richting de keuken verder. [1] Ook getuige [getuige 3] verklaarde “het is ons drie tot vier keer gelukt om ze uit elkaar te halen en toen waren wij er klaar mee.” Vervolgens zijn [slachtoffer 1] en de verdachte verder gaan vechten in de keuken. [2] Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij de verdachte en [slachtoffer 1] na de tweede vechtpartij niet weer uit elkaar heeft gehaald en dat de verdachte naar [slachtoffer 1] toeliep en weer begon te vechten, waarna hij hen in de keuken heeft zien vechten. [3]
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
- een Pro Justitiarapportage van het PBC van 12 februari 2024, opgemaakt door T. den Boer, psychiater en A. Witvliet, GZ-psycholoog;
- een Pro Justitia psychologisch onderzoeksrapportage van 29 januari 2018, opgemaakt door P. Fleurkens en P. van Vliet, GZ-psychologen;
- een Pro Justitia psychiatrische onderzoeksrapportage van 19 januari 2018, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater;
- een rapport betreffende een consult strafrechtspleging van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie van 26 mei 2023, opgemaakt door I. Eygür, psychiater;
- reclasseringsadviezen van 23 februari 2023 en 11 mei 2023.
Vorderingen van de benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 24.320,00 (vierentwintigduizend driehonderdtwintig euro) bestaande uit € 4.320,00 (vierduizend driehonderdtwintig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening
- over € 480,00 vermeerderd met de wettelijke rente daarover op 27 juni 2023;
- over € 960,00 vermeerderd met de wettelijke rente daarover op 27 juni 2024;
- over € 960,00 vermeerderd met de wettelijke rente daarover op 27 juni 2025;
- over € 960,00 vermeerderd met de wettelijke rente daarover op 27 juni 2026;
- over € 960,00 vermeerderd met de wettelijke rente daarover op 27 juni 2027.
€ 30.520,60 (dertigduizend vijfhonderdtwintig euro en zestig cent) bestaande uit € 10.520,60 (tienduizend vijfhonderdtwintig euro en zestig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schadeaf.