Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juni 2024 in de zaken tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad , verweerder.
Procesverloop
HAA 21/2782, voor zover daarin dezelfde beroepsgronden zijn aangevoerd als in de onderhavige zaken. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde, bijgestaan door zijn kantoorgenoot, [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 3] , [naam 4] (taxateur) en [naam 5] (taxateur).
Overwegingen
Bij schriftelijke overeenkomst van 17 maart 2017 heeft [stichting] met ingang van
1 juli 2016 voor een periode van 25 jaar een in deze overeenkomst nader aangeduide sportaccommodatie in gebruik gegeven aan [vereniging] (de gebruiksovereenkomst). In artikel 7 van Pro de gebruiksovereenkomst is vastgelegd dat de overeenkomst door beide partijen met inachtneming van een termijn van een jaar per 1 juni van enig jaar tussentijds opzegbaar is, en dat partijen binnen drie maanden nadat opzegging heeft plaatsgevonden in overleg treden om de gevolgen daarvan te regelen.
Bij schriftelijke overeenkomst van 28 december 2018 (de opstalovereenkomst) heeft de gemeente [gemeente 2] zich jegens eiseres verbonden ten behoeve van haar een recht van opstal te vestigen op de ondergrond van de sporthal voor de duur van de looptijd van de gebruiksovereenkomst. Daarbij is tevens overeengekomen dat de opstalhouder bij beëindiging van het opstalrecht gerechtigd is de door hem aangebrachte opstal weg te nemen en dat de gemeente anders van rechtswege in de eigendom van de opstal treedt zonder dat de opstalhouder recht heeft op vergoeding van de waarde van de opstal. Bij akte van 25 januari 2019, op dezelfde datum ingeschreven in het kadaster, is vorenbedoeld recht van opstal onder verwijzing naar de opstalovereenkomst gevestigd.
Bij de waardering(…)
Is de Taxatiewijzer ‘Sport’ gebruikt.(…)
De taxatiewijzer Sport is publiekelijk toegankelijk en raadpleegbaar op www.wozdatacenter.nl. Op de toegezonden taxatieverslagen zijn de nummers van de zogenaamde archetypes opgenomen (Arch). Deze archetypes zijn terug te vinden in de Taxatiewijzer Sport. De verschillende onderdelen van een sportcomplex worden in archetypes onderverdeeld. Op basis van deze archetypes worden de verschillende onderdelen gewaardeerd.De waarde betreft de vervangingswaarde (gecorrigeerd op basis van functionele en technische afschrijving). Van de vastgestelde waarde maakt naast de waarde van de opstallen, ook de waarde van de ‘grond’ deel uit.
In het rapport dat ziet op het kalenderjaar 2019 wordt onder verwijzing naar de ‘Taxatiewijzer Sport naar waardepeildatum 1 januari 2018’, de bouwkosten, de in de uitspraak op bezwaar vermelde gronduitgifteprijzen en vergelijkingsobjecten geconcludeerd tot een waarde van € 1.816.000 exclusief BTW, waarbij aan de grond een waarde is toegekend van € 428.070.
In het rapport dat ziet op het kalenderjaar 2020 wordt onder verwijzing naar de ‘Taxatiewijzer Sport naar waardepeildatum 1 januari 2019’, de bouwkosten, de in de uitspraak op bezwaar vermelde gronduitgifteprijzen en vergelijkingsobjecten geconcludeerd tot een waarde van € 1.806.000 exclusief BTW, waarbij aan de grond een waarde is toegekend van € 434.360.
13 november 2018 en gepubliceerd op 13 december 2018 in het Gemeenteblad 2018
nr. [# 2] , van de gemeente [gemeente 2] .
12 november 2019 en gepubliceerd op 27 november 2019 in het Gemeenteblad 2019
nr. [# 1] , van de gemeente [gemeente 2] .
Geschil14. In geschil is:
- de verbindendheid van de Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2019 en de Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2020;
- de vraag of verweerder artikel 40 van Pro de Wet WOZ en/of artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). heeft geschonden; en
- de waarden van de sporthal voor de kalenderjaren 2019 en 2020.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2024, nr. 22/04807 (ECLI:NL:HR:2024:289) als volgt geoordeeld:
1 januari 2020 voorzienbaar was.
Beslissing
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de
mr. D.C. van Beelen, leden, in aanwezigheid van R. van der Vecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.