Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[derde-partij]en
[derde partij], uit [plaats] (de buren)
gemachtigde: mr. T. de Beet, werkzaam bij DAS rechtsbijstand.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad om handhavend op te treden tegen een dakopbouw van de buren die in strijd met de verleende bouwvergunning deels over de erfgrens is gebouwd. Het college wees dit verzoek af, waarop eiseres beroep instelde bij de rechtbank Noord-Holland.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om handhaving is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dat het oude recht van toepassing is. Vaststaat dat de dakopbouw deels 30 mm over de erfgrens van eiseres is gebouwd, wat een overtreding van de bouwvergunning oplevert. De rechtbank sluit uit dat het bouwen op de zijmuur van eiseres geheel onrechtmatig is, omdat dit in 2005 is vergund en onherroepelijk is geworden.
Verweerder mocht niet afzien van handhaving omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die dit rechtvaardigen. De geringe overschrijding, het feit dat de overtreding al vijftien jaar bestaat, en de mogelijke financiële gevolgen voor de buren rechtvaardigen geen afzien van handhaving. De inbreuk op het eigendomsrecht van eiseres en de hinder die zij ondervindt, maken handhaving noodzakelijk.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Partijen wordt tevens gewezen op de mogelijkheid tot mediation om tot een alternatieve oplossing te komen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om niet handhavend op te treden wordt vernietigd.