ECLI:NL:RVS:2013:455
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Kramer
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling handhaving en gebruik agrarische bedrijfswoning in strijd met bestemmingsplan en bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal wees een verzoek tot handhaving af tegen het gebruik van een woning met bedrijfsruimte in strijd met de bouwvergunning en het bestemmingsplan. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Roermond, waarbij het college werd teruggefloten, stelde het college een dwangsom en een termijn voor beëindiging van het gebruik vast. Zowel appellant als wederpartij gingen in beroep tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant geen agrarisch bedrijf meer uitoefent op de percelen, waardoor het gebruik van de woning als burgerwoning strijdig is met het bestemmingsplan. De afwijkingen van de bouwvergunning betroffen een te lange bedrijfsruimte en een te geringe afstand van de woning tot de weg. De Raad stelde vast dat het college terecht heeft afgezien van handhaving tegen de afstand tussen woning en bedrijfsgebouw, maar dat het besluit om niet op te treden tegen de andere bouwafwijkingen niet standhoudt.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college verbood handhavend op te treden tegen de bouwafwijkingen, bevestigde het overige en vernietigde het besluit van het college van 18 september 2012 voor zover het handhaving tegen de bouwafwijkingen oplegde. De beroepen tegen het besluit voor het strijdig gebruik van de woning werden ongegrond verklaard. Tot slot veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant en wederpartij.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college voor de bouwafwijkingen, bevestigt het overige en verklaart de beroepen tegen het gebruik van de woning ongegrond.