ECLI:NL:RBNHO:2024:9486
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over terugbetaling antidumpingrechten en oordeelt over verjaring douaneschulden
Eiseres vordert dat verweerder wordt opgedragen uitvoering te geven aan het arrest van de Hoge Raad van 29 november 2019 door een bedrag aan antidumpingrechten terug te betalen. De rechtbank verklaart zich echter onbevoegd om over de wijze van uitvoering van dat arrest te oordelen. Daarnaast is in geschil of het recht om de onderhavige douaneschulden opnieuw mede te delen op 24 juni 2020 was verjaard.
De rechtbank stelt vast dat de antidumpingrechten oorspronkelijk waren opgelegd op grond van een verordening die later door het Hof van Justitie van de Europese Unie ongeldig werd verklaard. Na hernieuwd onderzoek en nieuwe verordeningen zijn de rechten met terugwerkende kracht opnieuw ingesteld. De verjaringstermijn voor het mededelen van de douaneschulden is geschorst gedurende de bezwaar- en beroepsprocedures, waardoor het recht om de douaneschulden opnieuw mede te delen op 24 juni 2020 niet was verjaard.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn conform het Communautair Douanewetboek en het Douanewetboek van de Unie is opgeschort gedurende de procedures tegen de eerdere beschikking en dat de mededeling van de douaneschulden na betaling mogelijk blijft. De vordering van eiseres wordt voor het overige ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het gelasten van terugbetaling en oordeelt dat het recht tot mededeling van de douaneschulden niet was verjaard.