De zaak betreft een vordering van ROC Amsterdam en Flevoland tegen een student die zich had ingeschreven voor een voltijd BBL-opleiding, maar zich vóór facturatie had uitgeschreven. ROC vorderde betaling van het cursusgeld van €599,50, vermeerderd met rente en incassokosten.
De kantonrechter stelde vast dat met ingang van 1 augustus 2023 de wettelijke onderwijsovereenkomst in het mbo is afgeschaft, waardoor de Algemene bepalingen onderwijsovereenkomst niet van toepassing zijn op de inschrijving van de student. De kantonrechter oordeelde dat een BBL-opleiding volgens de Les- en cursusgeldwet niet als onderwijs aan een dagschool wordt aangemerkt, maar als cursus waarvoor cursusgeld betaald moet worden.
De betalingsverplichting ontstaat pas zodra de instelling het cursusgeld aan de student in rekening brengt. Omdat de student zich vóór de factuurdatum had uitgeschreven, was er op het moment van facturatie geen inschrijving meer en dus geen verschuldigdheid van het cursusgeld. De vordering van ROC werd daarom afgewezen en ROC werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.