Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
‘Alle kosten, zowel in als buiten rechte die voor de verhuurder uit niet-nakoming door de huurder voortvloeien komen voor rekening van de huurder, (…).’
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze bodemzaak tussen de Gemeente Hoorn en een gedaagde partij heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen waarin ambtshalve wordt getoetst aan de precontractuele informatieplichten en de eerlijkheid van bedingen in de overeenkomst.
De eisende partij heeft haar eis vermeerderd, maar deze eiswijziging is nog niet aan de gedaagde betekend, waardoor deze voorlopig niet wordt toegestaan. De kantonrechter benadrukt dat de eisende partij haar stellingen over de naleving van de informatieplichten beter moet onderbouwen, bijvoorbeeld door relevante delen van de producties te markeren. Desondanks is ambtshalve vastgesteld dat het paraferen van de overeenkomst door de gedaagde voldoende is om aan de informatieplichten te voldoen.
Vervolgens heeft de kantonrechter de bedingen in de overeenkomst getoetst aan Richtlijn 93/13/EEG en het Burgerlijk Wetboek. Het rentebeding van 1,5% per maand is vermoedelijk oneerlijk omdat het hoger is dan de wettelijke handelsrente. Ook twee incassokostenbedingen zijn vermoedelijk oneerlijk omdat zij onbeperkte kosten aan de consument opleggen en niet voldoen aan wettelijke vereisten zoals een maximum en een veertiendagenbrief. Het prijswijzigingsbeding is niet oneerlijk bevonden.
De eisende partij krijgt gelegenheid om de eiswijziging alsnog te betekenen en zich uit te laten over de oneerlijke bedingen. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de rolzitting op 1 oktober 2025.
Uitkomst: De kantonrechter houdt de verdere beslissing aan en geeft de eisende partij gelegenheid om de eiswijziging te betekenen en zich uit te laten over de oneerlijke bedingen.