ECLI:NL:RBNHO:2025:11070
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige na langdurige scheiding en gebrek aan communicatie tussen ouders
In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Holland op 26 september 2025 uitspraak gedaan in een verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te beëindigen. De moeder, vertegenwoordigd door advocaat mr. L.S. Zomers, verzocht de rechtbank om alleen het gezag over de minderjarige [de minderjarige] uit te oefenen, omdat de ouders sinds 2015 gescheiden leven en er geen communicatie meer is tussen hen. De vader, die niet aanwezig was op de zitting, heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders getrouwd zijn geweest en dat de echtscheiding op 3 maart 2022 is uitgesproken. De minderjarige woont bij de moeder en de vader is niet betrokken in haar leven. De rechtbank heeft de procedure gevolgd, waarbij onder andere een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming is ingediend, waaruit blijkt dat de vader moeilijk bereikbaar is en geen zicht heeft op de behoeften van de minderjarige. De rechtbank heeft geoordeeld dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige is, omdat dit leidt tot vertraging in belangrijke gezagsbeslissingen. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de moeder toegewezen en het gezamenlijk gezag beëindigd, zodat de moeder alleen het gezag over de minderjarige uitoefent. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.