ECLI:NL:RBNHO:2025:11518

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11583969 '\ CV EXPL 25-979
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot naleving van de CAO en schadevergoeding door FNV tegen werkgever

In deze zaak vordert de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) veroordeling van een werkgever, [naam] Transport, tot naleving van de toepasselijke CAO en vergoeding van schade die FNV lijdt door de niet-naleving van de CAO. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever, die niet op de zitting is verschenen, niet heeft aangetoond dat zij de CAO correct heeft nageleefd. De gevorderde schadevergoeding is door de werkgever niet weersproken, waardoor de vorderingen van FNV worden toegewezen. De procedure omvat onder andere de dagvaarding, conclusie van antwoord, en een tussenvonnis. De feiten tonen aan dat FNV de controle op naleving van de CAO heeft opgedragen aan de Stichting VNB, die diverse overtredingen heeft geconstateerd. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [naam] Transport niet heeft aangetoond dat zij de CAO naleeft, en heeft de vorderingen van FNV tot naleving van de CAO en schadevergoeding toegewezen. De kantonrechter heeft ook de proceskosten ten laste van [naam] Transport gesteld, en de veroordelingen zijn hoofdelijk uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11583969 \ CV EXPL 25-979 (BvdL)
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: FNV,
gemachtigde: mr. M. Bahrmand (Stichting VNB),
tegen

1.V.O.F. [naam] TRANSPORT, H.O.D.N. [naam] TRANSPORT,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde 1],
in hoedanigheid van vennoot van [naam] Transport,
te [plaats] ,
3.
[gedaagde 2],
in hoedanigheid van vennoot van [naam] Transport,
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [naam] Transport
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] procederend in persoon, mede namens [naam] Transport.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert FNV veroordeling van een werkgever tot naleving van de toepasselijke CAO, met veroordeling van de werkgever tot vergoeding van schade die FNV lijdt doordat de werkgever de CAO niet naleeft. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever, die niet op de zitting is verschenen, niet heeft aangetoond dat zij de CAO correct heeft nageleefd. De gevorderde schadevergoeding is door de werkgever niet weersproken. Daarom worden de vorderingen van FNV toegewezen.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 21 mei 2025
- de brief van FNV van 27 augustus 2025 met productie 8
- de mondelinge behandeling van 8 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
FNV is een vereniging van werknemers die als doel heeft de belangen van haar leden en andere werkenden te behartigen. FNV sluit in dat kader collectieve arbeidsovereenkomsten af en ziet toe op de naleving daarvan.
2.2.
[naam] Transport is een transportbedrijf dat werkzaamheden verricht die meebrengen dat zij valt onder de werkingssfeer van de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de CAO).
2.3.
De huidige CAO heeft een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025 en is algemeen verbindend verklaard voor de periode van 24 april 2024 tot en met 31 december 2025. De vorige CAO had een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 en was algemeen verbindend verklaard voor de periode van 13 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
2.4.
Artikel 78 lid 1 onder a van zowel de huidige als vorige CAO luidt als volgt:
“De werkgever is gehouden op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie, binnen 4 weken schriftelijk aan te tonen dat de CAO correct is nageleefd. Het betreft de artikelen 6 sub 2b, 8+10, 16, 19, 20, 21, 25, 26a, 29 leden 3 en 4, 40, 67a, 68, 69, en 75 van de CAO”
2.5.
FNV heeft de controle op naleving van de CAO opgedragen aan de Stichting VNB (hierna: VNB).
2.6.
VNB heeft in een brief van 5 januari 2024 aan [naam] Transport verzocht om binnen vier weken aan te tonen dat zij de CAO correct naleeft en daarvoor een aantal documenten aan VNB te sturen. VNB heeft gevraagd om de arbeidsovereenkomsten en loonstroken over de maanden januari 2023 tot en met januari 2024 van alle werknemers, het binnen [naam] Transport geldende bedrijfsreglement, en de urenverantwoordingsstaten die zijn verwerkt in de loonstroken over de maanden oktober tot en met december 2023 van 15% van de werknemers.
2.7.
Op 26 februari 2024 heeft [naam] Transport de arbeidsovereenkomsten en loonstroken van januari 2023 tot en met december 2023 aan VNB gestuurd.
2.8.
In een brief van 15 juli 2024 heeft VNB haar bevindingen op basis van de door [naam] Transport verstrekte stukken gedeeld en puntsgewijs toegelicht welke overtredingen van de CAO zij heeft geconstateerd. Daarbij is [naam] Transport in de gelegenheid gesteld om deze overtredingen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 te herstellen en ontbrekende gegevens aan te leveren, uiterlijk 12 augustus 2024.
2.9.
[naam] Transport heeft daarvoor uitstel gevraagd en gekregen tot 23 september 2024. Omdat een reactie van [naam] Transport uitbleef, ondanks verschillende herinneringen, is [naam] Transport met een brief van 21 november 2024 gesommeerd om uiterlijk 10 december 2024 alle in de brief van 15 juli 2024 vermelde gegevens aan te leveren om een gerechtelijke procedure te voorkomen.

3.Het geschil

3.1.
FNV vordert – samengevat – dat [naam] Transport wordt veroordeeld tot naleving van een aantal CAO bepalingen met terugwerkende kracht vanaf 13 januari 2023 en tot afgifte van deugdelijke berekeningen van het tegoed aan loon, overuren, verblijfkostenvergoeding en vakantiebijslag die door correcte naleving van de CAO ontstaan voor alle werknemers die in de betreffende periode bij [naam] Transport in dienst zijn of zijn geweest, met overlegging van salarisspecificaties en betalingsbewijzen waaruit naleving van de CAO volgt, op straffe van een dwangsom. Ook vordert FNV uitbetaling aan de werknemers van loonaanspraken, toeslagen en/of vergoedingen die als gevolg van de veroordeling tot naleving van de CAO ontstaan, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert FNV veroordeling van [naam] Transport tot betaling van € 25.000,00 als vergoeding van schade van FNV, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[naam] Transport voert verweer en vindt dat de vordering van FNV moet worden afgewezen. In de conclusie van antwoord voert [naam] Transport daarvoor aan – samengevat – dat zij altijd heeft gestreefd naar naleving van de CAO en dat er duidelijke verklaringen zijn voor eventueel waargenomen afwijkingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Het niet verschijnen van [naam] Transport op de zitting
4.1.
In deze zaak heeft een zitting plaatsgevonden op 8 september 2025. Op deze zitting zijn voor FNV verschenen haar jurist mr. S. Bosman met gemachtigde mr. Bahrmand en drie belangstellenden. Op deze zitting hebben mr. Bahrmand en mr. Bosman vragen van de kantonrechter beantwoord, de vordering van FNV verder toegelicht en zijn zij ingegaan op het schriftelijke verweer van [naam] Transport.
4.2.
Aan de kant van [naam] Transport is niemand op de zitting verschenen, terwijl gedaagde partijen daar wel behoorlijk voor zijn opgeroepen in het tussenvonnis van 21 mei 2025. In dit tussenvonnis staat dat partijen in persoon of rechtsgeldig vertegenwoordigd en vergezeld van hun (eventuele) gemachtigden op de zitting moeten verschijnen. Een afschrift van het tussenvonnis is gezonden aan [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
4.3.
Als een partij niet of niet rechtsgeldig vertegenwoordigd op de zitting verschijnt, kan de kantonrechter daar gevolgen aan verbinden die nadelig zijn voor die partij. [1] Partijen zijn daar ook op gewezen in het tussenvonnis van 21 mei 2025. Doordat geen vertegenwoordiger van [naam] Transport op de zitting is verschenen heeft [naam] Transport geen gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen, geen nadere informatie verschaft, haar eigen standpunten niet verder toegelicht en de nadere toelichting van FNV niet weersproken. De kantonrechter verbindt hieraan het gevolg dat het standpunt van FNV ten aanzien van haar vorderingen en de onderbouwing daarvan juist wordt geacht.
De vordering tot naleving van de CAO
4.4.
De onderbouwing van de vordering van FNV staat duidelijk in de correspondentie die vanaf 5 januari 2024 is gevoerd en in de dagvaarding. Het ligt vervolgens op de weg van [naam] Transport om aan te tonen dat zij de CAO correct naleeft. Dit vloeit voort uit artikel 78 van de CAO. De punten die [naam] Transport in haar schriftelijke conclusie van antwoord heeft aangedragen worden niet gevolgd. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.5.
[naam] Transport stelt zij geen medewerkers zoals beschreven in randnummer 15 in dienst heeft, maar uit de door [naam] Transport aan VNB verstrekte arbeidsovereenkomsten en andere stukken blijkt dat zij wel deeltijdmedewerkers in dienst heeft.
4.6.
Wat de berekening van salariëring en overige looncomponenten betreft zegt [naam] Transport erop te vertrouwen dat haar geautomatiseerde loonadministratiesysteem functioneert conform de CAO. Zoals gezegd volgt uit artikel 78 van de CAO de verplichting van [naam] Transport om tegenover FNV te bewijzen dat zij de CAO naleeft. FNV heeft in haar brief van 15 juli 2024 duidelijk omschreven welke overtredingen van de CAO zij heeft geconstateerd. De enkele stelling van [naam] Transport dat zij erop vertrouwt dat haar loonadministratie in overeenstemming is met de CAO is dan niet genoeg.
4.7.
Verder erkent [naam] Transport dat de component woon-werkverkeer niet op de loonstroken staat. Volgens [naam] Transport hoeft zij geen reiskostenvergoeding te betalen omdat haar werknemers de werkbus gebruiken voor hun woon-werkverkeer. Deze stelling kan niet worden gevolgd. Uit de door FNV overgelegde verklaring blijkt namelijk dat dit niet steeds het geval is. Bovendien moet [naam] Transport aantonen dat zij de vergoedingsregeling voor reiskosten woon-werkverkeer uit artikel 39a van de CAO naleeft. Dit had [naam] Transport kunnen doen door met name gebruiksgegevens van de werkbussen over te leggen. Maar [naam] Transport heeft dit nagelaten en haar stelling op geen enkele manier onderbouwd.
4.8.
[naam] Transport betwist dat zij het basisloon moet berekenen op basis van 173,92 uren per maand, zoals FNV stelt. Volgens [naam] Transport moet worden uitbetaald volgens de maandelijkse uren die zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomsten. Hierin kan [naam] Transport niet worden gevolgd. Artikel 26a van de CAO bepaalt dat de functielonen gelden voor 173,92 diensturen per maand. Uit de eigen stelling van [naam] Transport volgt dat zij de lonen niet op die basis heeft berekend, zodat niet is aangetoond dat de CAO op dit punt correct wordt nageleefd.
4.9.
Hetzelfde geldt voor de verblijfkostenvergoeding die voortvloeit uit artikel 40 van de CAO. [naam] Transport stelt zich op het standpunt dat pakketbezorgers met vaste ritten geen recht hebben op een vergoeding van verblijfskosten, maar dit blijkt niet uit artikel 40.
4.10.
Vast staat dat [naam] Transport de opgevraagde urenverantwoordingsstaten of uitdraaien uit de digitale urenregistratie niet heeft verstrekt en ook niet alle salarisspecificaties. Daardoor heeft VNB niet kunnen controleren of de loonberekening correct is uitgevoerd en of overige loonemolumenten zoals het aantal overuren, weekendtoeslag en hogere waarden van vakantiedagen goed zijn berekend. Ook op deze punten heeft [naam] Transport dus niet aangetoond dat zij de CAO correct heeft nageleefd zoals artikel 78 van de CAO vereist.
4.11.
De stelling van FNV dat [naam] Transport het saldo en mutaties van vakantie- en atv-dagen niet correct op de loonstroken vermeldt en de vakantiebijslag onjuist berekent, en daardoor artikel 67a, 68 en 69 van de CAO niet correct naleeft, is door [naam] Transport niet betwist. Daarmee wordt aangenomen dat ook op deze punten de vordering van FNV terecht is.
4.12.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van FNV tot naleving van de CAO wordt toegewezen zoals gevorderd, net als de vordering tot afgifte van deugdelijke berekeningen van de loonaanspraken die door correcte toepassing van de CAO ontstaan en overlegging van salarisspecificaties en betalingsbewijzen waaruit naleving van de CAO volgt. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen maar gemaximeerd tot € 100.000,00.
De vordering tot uitbetaling aan de werknemers
4.13.
FNV vordert verder uitbetaling aan de betreffende werknemers van de loonaanspraken die als gevolg van de veroordeling tot naleving van de CAO ontstaan. Daarvoor geldt het volgende. Uitgangspunt is dat een werknemersorganisatie die partij is bij een cao, als contractspartij uit eigen hoofde nakoming kan vorderen van in die cao opgenomen verplichtingen van een werkgever. Voor het kunnen instellen van zo’n vordering door een werknemersorganisatie is niet vereist dat er werknemers zijn die zich hebben verzet of die bezwaar hebben gemaakt tegen de handelwijze van hun werkgever. Als contractspartij heeft de werknemersorganisatie immers een eigen belang bij en recht op nakoming. [2] Wel geldt dat een eventuele toewijzing van de nakomingsvordering alleen betrekking kan hebben op de nakoming van een verplichting van een werkgever jegens werknemers die daarop aanspraak kunnen en willen maken. Die voorwaarde moet tot uitdrukking gebracht worden in het dictum van de uitspraak, indien daarin een werkgever wordt veroordeeld tot het verrichten van een prestatie jegens zijn werknemers. Deze vordering van FNV zal daarom worden toegewezen zoals onder de beslissing vermeld.
4.14.
De gevorderde wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 20% omdat dit de kantonrechter met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt.
4.15.
De gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
4.16.
Hoewel een dwangsom in beginsel niet kan worden opgelegd bij een veroordeling tot betaling van een geldsom, kan de gevorderde dwangsom in dit geval wel worden opgelegd omdat het gaat om een betaling aan een derde. FNV kan immers niet overgaan tot gewone executie van het vonnis door executoriaal beslag. FNV heeft er daarom belang bij dat zij op een andere wijze, namelijk door oplegging van een dwangsom, betaling kan afdwingen. Ook de met betrekking tot de uitbetaling van de loontegoeden zal de gevorderde dwangsom worden gemaximeerd tot € 100.000,00. Bovendien zal deze pas verschuldigd worden – kort gezegd – vier weken nadat de betreffende werknemers kenbaar hebben gemaakt dat zij aanspraak kunnen en willen maken op de loontegoeden.
De gevorderde schadevergoeding
4.17.
FNV vordert een schadevergoeding van € 25.000,00 op grond van artikel 78 lid 1 sub c van de CAO en artikel 3 van de Wet AVV. Doordat de CAO niet wordt nageleefd lijdt FNV reputatieschade, is sprake van verlies aan werfkracht en hebben medewerkers van VNB tijd aan de kwestie moeten besteden, aldus FNV. Daarbij heeft FNV toegelicht en onderbouwd hoe zij het gevorderde schadebedrag heeft berekend. [naam] Transport heeft geen enkel verweer gevoerd tegen de gevorderde schadevergoeding. Het bedrag van € 25.000,00 zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, ook in het licht dat [naam] Transport niet op de zitting is verschenen.
De proceskosten
4.18.
[naam] Transport is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van FNV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.830,04
Hoofdelijke veroordeling
4.19.
Zoals op de zitting verduidelijkt vordert FNV hoofdelijke veroordeling. De kantonrechter zal de veroordelingen hoofdelijk uitspreken. Voor de naleving van de CAO betekent dit dat [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder afzonderlijk gedwongen kan worden de verplichtingen na te komen, ook al zijn de anderen ook aansprakelijk. Voor de betalingen betekent dit dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen, maar als één van hen (een deel) betaalt, de ander dat (deel van het) bedrag niet meer hoeft te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot naleving van de algemeen verbindend verklaarde CAO beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen met terugwerkende kracht vanaf 13 januari 2023 ten aanzien van de artikelen 25 (loonschalen), 26a (loonberekening), 29 lid 3 (overurentoeslag), 39a (reiskostenvergoeding), 40 (verblijfkostenvergoeding), 67a (vakantiedagen), 68 (ATV-dagen) en 69 (vakantiebijslag) zoals omschreven onder randnummer 16 van de dagvaarding van 24 februari 2025, alsmede afgifte van deugdelijke berekeningen van het tegoed aan loon, overuren, reiskostenvergoeding, verblijfkostenvergoeding en vakantiebijslag die door correcte naleving van de CAO ontstaan voor alle werknemers die bij [naam] Transport in deze periode in dienstbetrekking staan of hebben gestaan, tezamen door het overleggen van salarisspecificaties en betalingsbewijzen waaruit naleving van de CAO volgt, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven met een maximum van € 100.000,00, te rekenen vanaf vier weken na betekening van dit vonnis,
5.2.
veroordeelt [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot uitbetaling aan de betreffende werknemers van de loonaanspraken, toeslagen en/of vergoedingen die ten gevolge van de veroordeling onder 5.1. ontstaan en voor zover de betreffende werknemers hierop aanspraak kunnen en willen maken, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% en de wettelijke rente, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 100.000,00 indien [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet binnen vier weken, nadat de betreffende werknemers schriftelijk of per e-mail aan zowel FNV als [naam] Transport kenbaar hebben gemaakt dat zij aanspraak kunnen en willen maken op de loontegoeden die als gevolg van de veroordeling onder 5.1. zijn ontstaan, aan deze veroordeling voldoen,
5.3.
veroordeelt [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan FNV te betalen een bedrag van € 25.000,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 24 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.830,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [naam] Transport, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.

Voetnoten

1.Artikel 88 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
2.Zie de uitspraken van de Hoge Raad van 19 december 1997, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:1997:ZC2532 (