RTFC, een buitenlands bedrijf, heeft drones besteld en betaald, maar een deel van de bestellingen ter waarde van €109.021,01 is niet geleverd. De facturering en levering liepen via verschillende verweerders, waaronder besloten vennootschappen die inmiddels ontbonden of overgenomen zijn. RTFC verzocht om een voorlopig getuigenverhoor en afgifte van stukken om haar positie te bepalen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 september 2025 bleek dat een van de verweerders, woonachtig in de Verenigde Staten, niet op de juiste wijze was opgeroepen omdat de oproepingsbrief naar een oud adres in België was gestuurd. De rechtbank constateerde dat hierdoor het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
De rechtbank besloot daarom het onderzoek te heropenen, een nieuwe mondelinge behandeling te plannen en partijen te verzoeken hun verhinderdata door te geven. De overige verweerders hoeven niet per se te verschijnen, maar krijgen wel de gelegenheid om te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.