Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
drs. [naam 4] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, die aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017 en 2018 had ontvangen, verzocht om vermindering van deze aanslagen op grond van het Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dit arrest oordeelde dat het box 3-stelsel vanaf 2017 leidt tot een schending van rechten wanneer het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijk behaalde rendement, en dat rechtsherstel moet worden verleend aan tijdig bezwaarmakers.
Eiser stelde dat ook niet-bezwaarmakers, zoals hijzelf, aanspraak kunnen maken op dit rechtsherstel, mede op grond van supranationale bepalingen zoals artikel 1 EP Pro en artikel 14 EVRM Pro, en dat de weigering tot vermindering in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Verweerder wees dit af, stellende dat het Kerstarrest nieuwe jurisprudentie is en niet van toepassing is op onherroepelijk vaststaande aanslagen.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat het Kerstarrest inderdaad nieuwe jurisprudentie betreft, dat het rechtsherstel alleen geldt voor tijdig bezwaarmakers en dat het Besluit en de Wet rechtsherstel box 3 niet van toepassing zijn op aanslagen die op 24 december 2021 onherroepelijk waren. Ook de overige aangevoerde beginselen van behoorlijk bestuur en supranationale bepalingen boden geen grond voor rechtsherstel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en de verzoeken om vermindering van de aanslagen IB/PVV 2017 en 2018 worden afgewezen.