De vrouw verzoekt de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige kind bij haar te bepalen en een zorgregeling vast te stellen waarbij het kind om het weekend bij de vader verblijft, van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur, inclusief een vakantie- en feestdagenregeling.
De man voert verweer tegen het ophalen van het kind op vrijdag vanwege zijn werkverplichtingen, maar erkent het weekendcontact. De rechtbank stelt vast dat de ouders geen eenduidige afspraak hebben over het moment van ophalen en besluit dat het weekendcontact start op vrijdag 19.00 uur, tenzij de man eerder kan ophalen en dit tijdig meldt.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw tot ophalen op vrijdag na school af vanwege het risico op teleurstelling van het kind, maar wijzigt de zorgregeling zodat het kind om het weekend bij de vader verblijft en regelt uitgebreide vakanties en feestdagenverblijven bij de vader.
De hoofdverblijfplaats wordt bij de moeder vastgesteld omdat het kind daar feitelijk woont en staat ingeschreven. De rechtbank benadrukt het belang van hulpverlening vanwege de slechte verstandhouding tussen ouders om het welzijn van het kind te waarborgen.