In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 13 oktober 2025 uitspraak gedaan in een familiezakenprocedure betreffende de wijziging van de zorgregeling voor de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum]. De vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. I.M. Thieme, verzoekt de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar te bepalen en een zorgregeling vast te stellen. De man, die geen verweerschrift heeft ingediend, woont momenteel in [plaats] en heeft de zorg voor de minderjarige om het weekend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw de meeste zorg voor de minderjarige draagt en dat de man, vanwege zijn werk, niet altijd in staat is om de zorgregeling na te komen zoals afgesproken.
De rechtbank heeft in haar beoordeling gekeken naar de belangen van de minderjarige en de bestaande zorgregeling. De vrouw heeft aangevoerd dat het in het belang van de minderjarige is dat hij goed contact onderhoudt met beide ouders. De rechtbank heeft besloten dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw zal zijn, omdat hij daar in de praktijk woont en ingeschreven staat. De rechtbank heeft ook een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige om de week van vrijdag uit school tot zondag bij de man verblijft, met de mogelijkheid voor de man om hem eerder op te halen indien zijn werk dat toelaat. Daarnaast is er een regeling voor de vakanties en feestdagen vastgesteld, waarbij de minderjarige ook tijd bij de man doorbrengt.
De rechtbank heeft benadrukt dat het belangrijk is dat de man zijn verantwoordelijkheden als ouder serieus neemt en dat de minderjarige niet teleurgesteld mag worden. De rechtbank heeft de partijen geadviseerd om hulpverlening te zoeken om de communicatie en samenwerking te verbeteren, gezien de slechte verstandhouding tussen de ouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.