Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
[naam 1] en mr. [naam 2] .
Overwegingen
Feiten
Geschil
- de woning is geen hoekwoning, maar een geschakelde woning;
- in de BAG staat een oppervlakte van 183 m2, maar dat de daadwerkelijke oppervlakte bedraagt 122 m2 (89 m2 plus een aanbouw van 29 m2 plus een tuinhuis van 4 m2);
- verweerder voert steeds wisselende vergelijkingsobjecten aan;
- de waarde van de woning verschilt onevenredig veel ten opzichte van de WOZ-waarde van de buurwoning [adres 2] (gespiegelde woningen; verschil van € 89.000) en de verkoopprijs van vergelijkingsobject [adres 3] (verschil van € 103.000);
- verweerder besliste in eerdere uitspraken op bezwaar verschillend over de overlast van de duiventil van de buren.
€ 2.549 en € 3.710 (gemiddeld € 3.122). Voor de woning heeft dit geleid tot een waarde per vierkante meter gebruiksoppervlakte van € 2.527.De voor de woning gehanteerde vierkantemeterprijs ligt is aanzienlijk lager dan de vierkantemeterprijzen van de vergelijkingsobjecten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het voorgaande aannemelijk heeft gemaakt dat bij de waardering van de woning voldoende rekening is gehouden met de verschillen tussen de woning ten opzichte van die van de vergelijkingsobjecten.
89 m2 plus 29 m2 aanbouw. Vaststaat dat de woning van een dakopbouw is voorzien. Verweerder heeft in dit verband verklaard dat voor de meetinstructie die de taxateur volgt, geldt dat woonoppervlakte wordt meegerekend vanaf een netto hoogte van 1,5 meter. Nu, zoals eiser zelf ook heeft aangegeven, door de dakopbouw meer sta-ruimte is gecreëerd, is de rechtbank van oordeel dat hiervoor terecht 7 m2 in aanmerking is genomen.
Beslissing
mr. E.M. Mensink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
20 oktober 2025.