Uitspraak
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 17 november 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Douane, verweerder.
Inleiding
Feiten
“Goederen die onder de bijzondere regeling Veredeling worden geplaatst
Omschrijving van de goederen
GN-Code 2207.1000.20
Hoeveelheid goederen
Waarde van goederen
Goederen die onder de bijzondere regeling Veredeling worden geplaatst (2)
Omschrijving van de goederenScreenwash
Waarde van goederen
Veredelingsproducten
Omschrijving van de goederen
Aanzuiveringsafrekening
controlekantoor uiterlijk binnen 30 dagen na afloop van de aanzuiveringstermijn.. (…)”
Geschil
De waarde is weliswaar een verplicht in te vullen element bij de aanvraag van de vergunning AV, maar in de onderhavige zaak is de waarde naar de mening van eiseres niet relevant omdat ethylalcohol bij invoer niet wordt belast naar de douanewaarde. Bij de invoer van ethylalcohol geldt een specifieke heffing van € 19,20 per hectoliter. Bij de aanvraag en goedkeuring van de vergunning AV heeft uitsluitend de hoeveelheid een rol gespeeld. Op de hoeveelheid heeft de vergunninghouder invloed. De waarde van een goed is een subjectief gegeven en vaak niet beïnvloedbaar door de vergunninghouder. De waarde vormt ook geen risico voor de vergunning AV. Het waarde-element in de vergunning heeft, anders dan de hoeveelheid, geen materiële functie binnen het stelstel van de vergunning.
in voorkomend geval(vetgedrukt door eiseres) de douanewaarde verstrekt moet worden. Dit is een aanwijzing dat de waarde niet altijd van belang is.
Juridisch kader
a) invoerrechten;”
“GEMEENSCHAPPELIJKE GEGEVENSVEREISTEN VOOR AANVRAGEN EN BESCHIKKINGEN
a. een van de bij de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen betreffende het binnenbrengen van niet-Uniegoederen in het douanegebied van de Unie, de onttrekking van dergelijke goederen aan douanetoezicht, of het verkeer, de veredeling, de opslag, de tijdelijke opslag, de tijdelijke invoer of de verwijdering van dergelijke goederen binnen dat douanegebied;
b. (…)
c. een van de voorwaarden voor de plaatsing van niet-Uniegoederen onder een douaneregeling of voor de toekenning van een vrijstelling of van een verlaagd invoerrecht op grond van de bijzondere bestemming van de goederen.
2. Het tijdstip waarop de douaneschuld ontstaat, is:
a. (…)
b. het ogenblik waarop een douaneaangifte voor de plaatsing van goederen onder een douaneregeling wordt aanvaard, indien achteraf blijkt dat in feite niet was voldaan aan een voorwaarde voor de plaatsing onder de regeling of de toekenning van een vrijstelling of van een verlaagd invoerrecht uit hoofde van de bijzondere bestemming van de goederen.
3. (…)
4. In de in lid 1, onder c), bedoelde gevallen is de schuldenaar de persoon die dient te voldoen aan de voorwaarden voor de plaatsing van de goederen onder een douaneregeling, voor de douaneaangifte van de onder die douaneregeling geplaatste goederen, of voor de toekenning van een vrijstelling of van een verlaagd invoerrecht op grond van de bijzondere bestemming van de goederen.”