Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
[[betrokkene 2], echtgenoot van [gedaagde], rechtbank]rustig er over. [emoji]
3.Het geschil
4.De beoordeling
April in Paris, in september 2024, zou plaatsvinden. [gedaagde] benadrukt daarbij wel dat de begindatum voor haar essentieel was.
April in Parisdat in september 2024 heeft plaatsgevonden in de woning. [gedaagde] betoogt in dit verband – kort gezegd – dat [eiser] B.V. in juni wel met de werkzaamheden moest beginnen omdat de werkzaamheden anders niet tijdig zouden zijn voltooid voor het evenement
April in Paris. Uit dit betoog volgt weliswaar het belang dat de werkzaamheden ‘’tijdig’’ zouden worden verricht – en dit op zichzelf wordt ook door [eiser] B.V. erkend –, maar daarin ligt niet zonder meer besloten dat de werkzaamheden
secin juni moesten aanvangen. Daarbij komt dat – hoewel verder in het algemeen niet ter discussie staat dat van belang was dat de werkzaamheden met voortvarendheid zouden worden afgerond – [eiser] B.V. ter zitting meermaals heeft verklaard dat hij niet eerder op de hoogte was van het evenement
April en Parisin september 2024. [gedaagde] heeft daarop niet concreet gemaakt dat [eiser] B.V. wel van het evenement wist.