Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
H. Bakker,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende twee wrakingsverzoeken in tegen de wrakingsrechters die betrokken waren bij de behandeling van een primaire wrakingszaak en een voorlopige voorziening. Het eerste verzoek betrof de korte voorbereidingstijd en het late toezenden van stukken, het tweede verzoek richtte zich op het handelen van de wrakingsrechters tijdens de zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat rechterlijke tussenbeslissingen zoals procesvoortgang niet kunnen leiden tot wraking en dat het eerste verzoek kennelijk ongegrond was. Tevens werd vastgesteld dat het direct indienen van een wrakingsverzoek zonder eerst een verzoek tot aanhouding te doen, misbruik van recht vormde.
Het tweede verzoek werd eveneens afgewezen omdat de wrakingsrechters het eerste verzoek terecht als een aanhoudingsverzoek hadden opgevat en spoedeisende belangen in de hoofdzaak een onmiddellijke beslissing vereisten. De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechters konden aantasten.
Daarom werden de wrakingsverzoeken zonder zitting afgewezen, en werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet in behandeling worden genomen. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen de wrakingsrechters worden afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.