ECLI:NL:RBNHO:2025:14216

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11815075 \ CV EXPL 25-4899
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis inzake ambtshalve toetsing van precontractuele informatieverplichtingen en oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 3 december 2025 een tussenvonnis uitgesproken in een civiele procedure tussen Bo-rent B.V. en een niet verschenen gedaagde partij. De eisende partij, vertegenwoordigd door Trust Krediet Beheer B.V., vordert betaling van een bedrag van € 2.223,71, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de handelaar moet voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten zoals vastgelegd in artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan deze informatieplichten is voldaan en heeft vastgesteld dat de eisende partij voldoende heeft aangetoond dat dit het geval is.

Daarnaast heeft de kantonrechter de algemene voorwaarden van de eisende partij beoordeeld op mogelijke oneerlijke bedingen. Volgens de Richtlijn 93/13/EEG is een beding oneerlijk als het het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument. De kantonrechter heeft geconstateerd dat de formulering van de incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden onduidelijk en onbegrijpelijk is, omdat deze suggereren dat incassokosten direct verschuldigd zijn bij verzuim, terwijl dit pas na een veertiendagenbrief het geval is. De kantonrechter heeft daarom de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de oneerlijkheid van deze bedingen. De zaak is aangehouden voor verdere behandeling op 31 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11815075 \ CV EXPL 25-4899
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Bo-rent B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 2.223,71, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [2] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: ‘Bo-rent.nl verhuurvoorwaarden’ van maart 2019 (hierna: de algemene voorwaarden).
2.6.
Artikel 10 van de algemene voorwaarden bevat incassokostenbedingen. Die luiden als volgt:
‘1. Tenzij (…) anders is overeengekomen, dient betaling binnen 8 dagen na factuurdatum te geschieden (…) De betalingstermijn is een fatale termijn (…)
2. Indien de huurder niet binnen de in lid 1 genoemde termijn betaalt, treedt van rechtswege het verzuim in en is de huurder aan de verhuurder de wettelijke vertragingsrente verschuldigd over het factuurbedrag voor de periode dat de huurder met betaling in verzuim is. (…)5. Onverminderd het vorenstaande is de huurder aan de verhuurder verschuldigd alle kosten welke verhuurder maakt tot inning van de aan verhuurder verschuldigde bedragen en tot verzekering van zijn rechten, zowel de gerechtelijke als buitengerechtelijke incassokosten conform de Wet Incassokosten daaronder begrepen (…).6. Onder deze gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten worden tevens begrepen de incasso- bureau- en afwikkelingskosten van procureurs, deurwaarders en schade-experts. De buitengerechtelijke incassokosten worden berekend conform de Wet Incassokosten.’
2.7.
Uit de formulering van deze bedingen volgt dat zij suggereren dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt zijn de bedingen te onduidelijk en onbegrijpelijk. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. De conclusie is dat sprake lijkt van oneerlijke bedingen. De kantonrechter is daarom voornemens om deze bedingen te vernietigen en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om zich bij akte hierover uit te laten.
Conclusie
2.8.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen.
2.9.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 31 december 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).