ECLI:NL:RBNHO:2025:14216

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11815075 \ CV EXPL 25-4899
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 22 RvArt. 139 RvWet Incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing precontractuele informatieplicht en incassokostenbedingen in consumentovereenkomst

In deze civiele zaak vordert Bo-rent B.V. betaling van een bedrag van €2.223,71 plus incassokosten, wettelijke rente en proceskosten van een consument. De gedaagde partij is verstek verklaard.

De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke precontractuele informatieverplichtingen, zoals neergelegd in artikel 6:230l BW, is voldaan. De eisende partij heeft dit voldoende onderbouwd, zodat hieraan wordt voldaan.

Vervolgens wordt onderzocht of de incassokostenbedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden (Bo-rent.nl verhuurvoorwaarden, maart 2019) oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG. De bedingen suggereren dat incassokosten direct bij verzuim verschuldigd zijn, terwijl de wet vereist dat eerst een veertiendagenbrief wordt gestuurd. Dit maakt de bedingen onduidelijk en mogelijk oneerlijk.

De kantonrechter is voornemens deze bedingen te vernietigen en de buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen, maar geeft de eisende partij de gelegenheid om zich hierover schriftelijk uit te laten. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na deze reactie.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en geeft de eisende partij gelegenheid zich uit te laten over de oneerlijkheid van incassokostenbedingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11815075 \ CV EXPL 25-4899
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Bo-rent B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 2.223,71, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [2] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: ‘Bo-rent.nl verhuurvoorwaarden’ van maart 2019 (hierna: de algemene voorwaarden).
2.6.
Artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden bevat incassokostenbedingen. Die luiden als volgt:
‘1. Tenzij (…) anders is overeengekomen, dient betaling binnen 8 dagen na factuurdatum te geschieden (…) De betalingstermijn is een fatale termijn (…)
2. Indien de huurder niet binnen de in lid 1 genoemde termijn betaalt, treedt van rechtswege het verzuim in en is de huurder aan de verhuurder de wettelijke vertragingsrente verschuldigd over het factuurbedrag voor de periode dat de huurder met betaling in verzuim is. (…)5. Onverminderd het vorenstaande is de huurder aan de verhuurder verschuldigd alle kosten welke verhuurder maakt tot inning van de aan verhuurder verschuldigde bedragen en tot verzekering van zijn rechten, zowel de gerechtelijke als buitengerechtelijke incassokosten conform de Wet Incassokosten daaronder begrepen (…).6. Onder deze gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten worden tevens begrepen de incasso- bureau- en afwikkelingskosten van procureurs, deurwaarders en schade-experts. De buitengerechtelijke incassokosten worden berekend conform de Wet Incassokosten.’
2.7.
Uit de formulering van deze bedingen volgt dat zij suggereren dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt zijn de bedingen te onduidelijk en onbegrijpelijk. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. De conclusie is dat sprake lijkt van oneerlijke bedingen. De kantonrechter is daarom voornemens om deze bedingen te vernietigen en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om zich bij akte hierover uit te laten.
Conclusie
2.8.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen.
2.9.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 31 december 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).