Verzoeker ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Na een melding startte het college een onderzoek en verzocht verzoeker om aanvullende bewijsstukken, waaronder bank- en creditcardafschriften tot 7 oktober 2025 en aankoopbewijzen van voertuigen. Verzoeker leverde deze gegevens niet volledig aan.
Het college schortte daarom de bijstandsuitkering per 22 oktober 2025 op. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht om de gegevens had gevraagd en dat verzoeker niet aan dit verzoek had voldaan.
Hoewel verzoeker stelde dat het college geen inzicht mocht krijgen in zijn uitgaven zonder gegronde redenen, wees de voorzieningenrechter dit af op basis van de wettelijke medewerkingsplicht en het belang van het college bij het vaststellen van het recht op bijstand.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang aanwezig was, maar dat het verzoek tot voorlopige voorziening geen kans van slagen had. Daarom werd het verzoek afgewezen, en het college mocht de bijstandsuitkering opschorten zolang verzoeker niet voldeed aan de informatieplicht.