Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
HAA 24/2212 (naheffingsaanslag 1)
HAA 24/2213 (naheffingsaanslag 2)
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2] en [naam 3] .
Overwegingen
Rapport onderzoek inrichtingseisen kleine kampeerauto met hefdak
Geschil5. In geschil is of het bezwaar tegen naheffingsaanslag 1 onterecht niet-ontvankelijk is verklaard. Indien dit het geval is, is in geschil of de naheffingsaanslag en de boete naar de juiste tarieven zijn opgelegd. Ten aanzien van naheffingsaanslag 2 is ook in geschil of verweerder de naheffingsaanslag en de boete naar de juiste tarieven heeft berekend. Meer in het bijzonder is daarbij van belang of verweerder de toepassing van het kampeerautotarief terecht (pas) heeft verleend met ingang van 22 september 2023.
.Eiser heeft bij beroepschrift van 22 april 2024 verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk bedraagt twee jaar (zie HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252). Het bezwaarschrift is ontvangen op 17 oktober 2023. De redelijke termijn is dus op 17 oktober 2025 overschreden. Dat betekent dat de redelijke termijn op de datum van het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:853) nog niet was overschreden. Bij een geschil over een financieel belang van minder dan € 1.000, waarbij de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden, kan door de belastingrechter daarom worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden (r.o. 3.4.3 en r.o. 5.3 van voornoemd arrest). Nu het financieel belang in de onderhavige zaken minder dan € 1.000 bedraagt en de redelijke termijn met minder dan twaalf maande is overschreden, volstaat de rechtbank met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- bepaalt dat naheffingsaanslag 1 wordt verminderd met dien verstande dat met ingang van 16 mei 2023 het kampeerautotarief van toepassing is;
- bepaalt dat naheffingsaanslag 2 wordt verminderd met dien verstande dat met ingang van 16 mei 2023 het kampeerautotarief van toepassing is;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814, en
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 51 te vergoeden.
mr. M.M. van Wijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
8 december 2025.