Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] en [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekers
[derde partij], uit [plaats]
(gemachtigde: mr. D. Quakernaat).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening naar aanleiding van de afwijzing van hun verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn van een last onder dwangsom opgelegd door verweerder.
De voorzieningenrechter stelt vast dat op dezelfde dag als het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak waarin het beroep van verzoekers tegen de afwijzing van hun verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn is behandeld. Hierdoor is er geen lopende beroepsprocedure meer waarin een voorlopige voorziening kan worden getroffen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Desondanks wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €194 en een proceskostenvergoeding van €907 aan verzoekers, omdat het verzoek om voorlopige voorziening op goede gronden was ingediend. De proceskostenvergoeding is gebaseerd op één proceshandeling door de gemachtigde van verzoekers.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.