Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] en [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekers
[derde partij], uit [plaats]
(gemachtigde: mr. D. Quakernaat).
Rechtbank Noord-Holland
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 12 december 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers behandeld. Verzoekers hadden een verzoek ingediend om verlenging van de begunstigingstermijn van een door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, opgelegde last onder dwangsom. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat op dezelfde dag in de hoofdzaak al een uitspraak is gedaan. Dit betekent dat er geen connexe beroepsprocedure meer loopt, waardoor het treffen van een voorlopige voorziening niet meer mogelijk is. Desondanks wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding aan verzoekers. De voorzieningenrechter legt uit dat het verzoek om een voorlopige voorziening op goede gronden is ingediend, wat aanleiding geeft tot de vergoeding van de proceskosten. De totale vergoeding voor de rechtsbijstand bedraagt € 907,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is openbaar gedaan en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.