Uitspraak
HAA 23/3567:[eiser 1 in 23/3567 en derde partij in 23/4325] en [eiseres 1 in 23/3567 en derde partij in 23/4325] , uit [plaats] , eisers 1
[eiser 2 in 23/4325 en derde partij in 23/3567] en [eiseres 2 in 23/4325 en derde partij en 23/3567], uit [plaats]
HAA 23/4325:[eiser 2 in 23/4325 en derde partij in 23/3567] en [eiseres 2 in 23/4325 en derde partij en 23/3567] , uit [plaats] , eisers 2
[eiser 1 in 23/3567 en derde partij in 23/4325] en [eiseres 1 in 23/3567 en derde partij in 23/4325], uit [plaats]
- op het voorerf (voor de woning) een overkapping voor het opslaan van stookhout is gebouwd; de overkapping heeft een oppervlakte van 4,25 m2 (3860 mm x 1100 mm) en een hoogte van 2000 mm (bouwwerk A);
- op het voorerf (voor de woning) een overkapping voor het opslaan van bouwmateriaal is gebouwd; de overkapping heeft een oppervlakte van 8,31 m2 (3000 mm x 2770 mm) en een hoogte van 1300 mm (bouwwerk B);
‘U dient de overkappingen (bouwwerken A, B en D) aan de [adres 1] in [plaats] te (laten) verwijderen en verwijderd te houden. U dient de overkapping (bouwwerk C) voor het deel gelegen op het voorerf te verwijderen en verwijderd te houden.
U krijgt 8 weken de tijd om de overtredingen te beëindigen. Voldoet u aan deze last niet, niet volledig, of niet tijdig dan verbeurt u - met ingang van de dag na afloop van de termijn - een dwangsom van:
· voor overkapping/bouwwerk A € 1.500,- ineens
· voor overkapping/bouwwerk D € 2.000,- ineens.’
Verweerder heeft onderzocht of legalisatie mogelijk is, maar is tot de conclusie gekomen dat dit niet het geval is. De schuur staat deels op grond met de bestemming ‘Tuinen’, waarop een schuur niet is toegestaan. Het deel van de schuur dat op grond met de bestemming ‘Erven’ staat, voldoet niet aan artikel 6, derde lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 1, van het bestemmingsplan, omdat de breedte meer dan de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt. Handhavend optreden is volgens verweerder ook niet dusdanig onevenredig in verhouding met de daarmee te dienen doelen dat van optreden moet worden afgezien. Verweerder besluit daarom in bestreden besluit II dat handhavend zal worden opgetreden waarbij een last onder dwangsom wordt opgelegd. In bestreden besluit II wordt echter nog geen concrete last onder dwangsom ten aanzien van de schuur geformuleerd.
Bouwwerk C betreft volgens verweerder wel een bouwwerk waar een omgevingsvergunning voor dient te worden aangevraagd conform artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Verweerder stelt eisers 1 in de gelegenheid om binnen zes weken na dagtekening van bestreden besluit II een omgevingsvergunning aan te vragen.
Ten aanzien van de schuur stelt verweerder dat het deel van de schuur dat is gelegen in het voorerfgebied niet vergunningvrij is, omdat artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder f, van bijlage II van het Bor alleen ziet op bouwwerken in het achtererfgebied.
Uit opnieuw uitgevoerde berekeningen blijkt dat de schuur voor zover gelegen op het achtererfgebied, te groot is om binnen het vergunningvrije bebouwingsgebied te vallen.
Ten aanzien van bouwwerk C overweegt verweerder dat geen aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend en dat de in bestreden besluit II geboden termijn van zes weken inmiddels is verstreken.
Als aan de definitieve last niet, niet volledig of niet tijdig wordt voldaan, verbeurt u met ingang van de dag na afloop van de hiervoor genoemde termijn voor de last, een dwangsom van:
- € 30.000,- ineens als niet wordt voldaan aan last 1;
Voorts voeren eisers 1 aan dat moet worden uitgegaan van een bebouwingsgebied van 149,79 m2 - 69,9 m2 = 79,89 m2. Dit getal dient op grond van artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder f, aanhef en onder 2o, van bijlage II van het Bor, te worden gedeeld door 2. Eisers 1 komen daarmee uit op een vergunningvrij te bebouwen oppervlakte van 39,95 m2. Indien de oeverstrook wordt meegerekend, dan wordt het bebouwingsgebied 79,89 m2 + 22 m2 = 101,89 m2. Toepassing gevende aan artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder f, aanhef en onder 2o, van bijlage II bij het Bor, is de berekening dan 50 m2 + 20 % van 1,89 m2 = 50,88 m2. Omdat de schuur een oppervlakte heeft van 55 m2, stellen eisers 1 zich op het standpunt dat het onevenredig is als de hele schuur dient te worden afgebroken. Eisers 1 stellen dat zij op grond van de evenredigheid slechts 5 m2 moeten verwijderen. Eisers 1 voeren verder aan dat onduidelijk is in hoeverre de schuur in het voorerfgebied is gelegen. Ook voeren zij aan dat de schuur al aanwezig was toen zij in 2007 hun woning kochten en dat destijds het in stand laten van een illegaal bouwwerk nog niet verboden was.