Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. H.E. Berman, advocaat te Purmerend, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
12 februari 2024;
12 februari 2024;
Subsidiairmedeplegen van zware mishandeling (met voorbedachte rade) van [slachtoffer 2] in Purmerend op 12 februari 2024;
12 februari 2024;
[slachtoffer 5] en/of één of meer anderen, met de dood ten gevolge voor [slachtoffer 1] en/of met zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, ten gevolge voor
[slachtoffer 2] , in Purmerend op 12 februari 2024;
26 december 2023;
6 februari 2024;
Subsidiairopenlijk in vereniging geweld plegen tegen [slachtoffer 8] in Hoofddorp op 6 mei 2023;
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat. De rechtbank bespreekt hieronder eerst de overwegingen ten aanzien van onderzoek Ant waarop de feiten 1 tot en met 5 betrekking hebben en zal daarna de overige feiten bespreken.
konontstaan, wat – blijkens hun verklaringen – ook daadwerkelijk het gevolg
was. Het verweer van de raadsvrouw dat het incident weliswaar intimiderend kan zijn geweest, maar geen bedreiging oplevert wordt daarom verworpen.
anderente komen is dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende.
Op 2 mei 2025 is een semi-automatisch werkend pistool van het merk Ceska Zbrojovka (CZ), model 85B, kaliber 9 mm Parabellum, aangetroffen in een woning in Amsterdam. De afvuursporen in
drievan de vier op de plaats delict aangetroffen hulzen zijn opnieuw door een deskundige onderzocht. De deskundige heeft gerapporteerd dat de resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn wanneer deze hulzen zijn verschoten uit dit vuurwapen, dan wanneer de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als dit vuurwapen.
[medeverdachte 2] heeft vragen van de politie over dit filmpje niet willen beantwoorden. De rechtbank gaat er op basis van deze omstandigheden van uit dat het mes waarmee [slachtoffer 2] is gestoken en het mes dat de dag na het incident in het filmpje van [medeverdachte 2] is te zien, één en hetzelfde mes betreft en dat het (bij het uitblijven van een verklaring) [medeverdachte 2] was die dit mes kort na het incident voorhanden had.
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] )of jou?
[verdachte] : Nononono. [voornaam medeverdachte 1] zegt ik ga nu go, pam pam. Uitdelen, uitdelen [voornaam medeverdachte 1] komt pam pam.
[naam 7] : Hij schoot?
[verdachte] : Ja maar niet een geraakt. Maar broer, ze rennen, ze rennen, kom kankersnel.
[naam 7] : [voornaam slachtoffer 1] ging ook rennen?
[verdachte] : Iedereen... Je weet toch. Ik in zijn bot, paf pshhht kom pam. Drie terug pam, pam pam pam.
[naam 7] : Jij hebt twee geraakt?
[verdachte] : Hmm
[naam 7] : Maar die andere is
[verdachte] : Hmm, Die andere is in rolstoel, de advocaat heeft
[naam 7] : Hmmm. Hoe weet je dat?
[verdachte] : Mijn advocaat is hem tegengekomen op rolstoel.
[naam 7] : Bij de lift of waren jullie onder de brug door?
[verdachte] : Ja, we waren bij de lift
[naam 7] : Had je in de lift geschoten?
[verdachte] : Uuuuhh volgens mij wel “pah” “pah”.
3 november 2025 verklaard. Er zijn dus geen verklaringen van de verdachten voorhanden die als bewijs kunnen dienen van hetgeen zich op de plaats delict heeft afgespeeld.
hijzelfde schutter is geweest. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot het oordeel dat [verdachte] de schutter was die op 12 februari 2024 met het vuurwapen heeft geschoten, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is komen te overlijden en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
[medeverdachte 1]
.Voor zover aan dat scenario verklaringen van de Eritrese jongeren ten grondslag zijn gelegd, geldt dat de rechtbank die verklaringen om eerdergenoemde redenen niet voor het bewijs gebruikt. Het dossier bevat daarnaast slechts het OVC-gesprek waarin [verdachte] lijkt te suggereren dat [medeverdachte 1] ook heeft geschoten (maar niet raak). Door [verdachte] is echter nimmer bevestigd dat dit de feitelijke gang van zaken is geweest en dat deel van het OVC-gesprek vindt geen steun in ander bewijsmateriaal. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank niet buiten redelijke twijfel kan vaststellen dat en zo ja, op welke wijze [medeverdachte 1] (als pleger) geweldshandelingen heeft verricht.
Vrijspraak (poging tot) moord
[medeverdachte 2] aanwezig was. Door tweemaal in de buik en in de borst te steken met een groot mes, met kartels en een dubbelzijdige snijrand, heeft [medeverdachte 2] de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel bij [slachtoffer 2] bewust aanvaard.
De verdachte heeft onder deze omstandigheden bewust het niet te verwaarlozen risico aanvaard dat [medeverdachte 2] het mes zou gebruiken tijdens de confrontatie met de Eritrese jongeren.
Die feiten zijn in eendaadse samenloop gepleegd met de in de bewezenverklaring onder feit 5 omschreven openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Daarbij geldt dat de verdachte het dodelijk letsel van [slachtoffer 1] heeft veroorzaakt en samen met [medeverdachte 2] verantwoordelijk is voor het zwaar lichamelijk letsel van [slachtoffer 2] . Die strafverzwarende gevolgen zijn dan ook bewezen.
4.Kwalificatie van de feiten
6.Motivering van de sanctie
Pro Justitia rapportages. In deze zaak is op twee momenten in de procedure psychiatrisch en psychologisch onderzoek verricht. Dit heeft geleid tot vier rapportages, opgesteld door prof. dr. D.J. Vinkers (psychiater) en dr. S.L. van Woerden (GZ-psycholoog), gedateerd 18 oktober 2024 en 26 september 2025 respectievelijk 16 oktober 2024 en 23 september 2025. De gedragsdeskundigen hebben hun (huidige) adviezen tevens toegelicht ter terechtzitting.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
€ 20.000,00 aan affectieschade. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.
- kosten lijkbezorging € 20.935,53
- toekomstige medische kosten € 2.000,00
- kosten uitvaart € 2.128,00
- kosten repatriëring € 5.857,53
- kosten vliegtickets € 1.950,00
- begrafenisceremonie in Eritrea € 3.300,00
- kosten vaste rituelen na overlijden in Eritrea € 3.700,00
- begraafplaats en grafsteen € 4.000,00
- voor de affectieschade van € 20.000,00 vanaf 12 februari 2024;
- voor de uitvaartkosten van € 1.188,37 vanaf 24 januari 2025 (zijnde de datum van het gemiddelde van de rentedata van de afzonderlijke bedragen die tot dit totaalbedrag optellen, waarvan de eerste rentedatum valt op 29 februari 2024 en de laatste eindigt op de datum van dit vonnis; tussen deze data liggen 330 dagen, de helft hiervan is 165 dagen);
- voor de vliegtickets van € 1.300,00 vanaf 23 februari 2024, zijnde de datum van het bankafschrift waarop de betaling van de vliegtickets staat vermeld, productie 13);
- eigen risico zorgverzekering € 385,00
- vergoeding ziekenhuisopname 36 dagen € 1.260,00
- kleding en schoenen € 100,00
- toekomstige (medische) kosten € 5.000,00
- voor de post eigen risico ad € 385,00 vanaf 15 maart 2024 (zijnde de uiterste betalingstermijn, zoals genoemd in productie 2);
- voor de post dagvergoeding ziekenhuis ad € 1.260,00 vanaf 3 juni 2024 (zijnde de datum ontslag ziekenhuis na tweede heropname);
- voor de post kleding en schoenen ad € 100,00 vanaf 12 februari 2024 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit);
- voor de post immateriële schade ad € 50.000,00 vanaf 12 februari 2024 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit),
€ 750,00 niet hoofdelijk is toegewezen.
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
27 september 2023 aan de verdachte toegezonden.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
11 (elf) jaren en 9 (negen) maanden.
[benadeelde 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 84 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 22.488,37(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderd achtentachtig euro en zevenendertig eurocent), bestaande uit € 2.488,37 als vergoeding voor de materiële en € 20.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 650,00.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer
[benadeelde 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 22.488,37(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderd achtentachtig euro en zevenendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 91 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 51.745,00(zegge: éénenvijftigduizend zevenhonderd vijfenveertig euro), bestaande uit € 1.745,00 als vergoeding voor de materiële en € 50.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 51.745,00(zegge: éénenvijftigduizend zevenhonderd vijfenveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 181 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 750,00(zegge: zevenhonderd vijftig euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 750,00(zegge: zevenhonderd vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 9]geleden schade tot een bedrag van
€ 375,00(zegge: driehonderd vijfenzeventig euro), bestaande uit
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 9] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 375,00(zegge: driehonderd vijfenzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.