Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. M.J. Bouwman, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat de Pro Justitia deskundigen, de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering) naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
12 februari 2024;
12 februari 2024;
Subsidiairmedeplegen van zware mishandeling (met voorbedachte rade) van [slachtoffer 2] in Purmerend op 12 februari 2024;
[slachtoffer 5] en/of één of meer anderen, met de dood ten gevolge voor [slachtoffer 1] en/of met zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, ten gevolge voor
[slachtoffer 2] , in Purmerend op 12 februari 2024;
[slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] in Amsterdam op 24 januari 2024;
8 februari 2025;
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Dit betekent dat de officier van justitie een bewezenverklaring vordert voor 1 primair , 2 primair , 3, 4 , 5, 6, 7 en 8 subsidiair.
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat. De rechtbank bespreekt hieronder eerst de overwegingen ten aanzien van onderzoek Ant waarop de feiten 1 tot en met 5 betrekking hebben en zal daarna bij feit 8 subsidiair het in die zaak door de verdediging gedane beroep op noodweer bespreken.
[verdachte] medeplegen van (poging tot) moord dan wel doodslag is tenlastegelegd en in een parallelle dagvaarding ook openlijke geweldpleging. [medeverdachte 3] wordt alleen openlijke geweldpleging verweten. Daarnaast worden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] vervolgd voor het incident aan de [adres 2] in Amsterdam en vuurwapenbezit en [medeverdachte 3] (binnen deze procedure) niet.
drievan de vier op de plaats delict aangetroffen hulzen zijn opnieuw door een deskundige onderzocht. De deskundige heeft gerapporteerd dat de resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn wanneer deze hulzen zijn verschoten uit dit vuurwapen, dan wanneer de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als dit vuurwapen.
[verdachte] heeft vragen van de rechtbank over dit filmpje niet willen beantwoorden. De rechtbank gaat er op basis van deze omstandigheden van uit dat het mes waarmee [slachtoffer 2] is gestoken en het mes dat de dag na het incident in het filmpje van [verdachte] is te zien, één en hetzelfde mes betreft en dat het (bij het uitblijven van een verklaring) [verdachte] was die dit mes kort na het incident voorhanden had.
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] )of jou?
[medeverdachte 1] : Nononono. [voornaam medeverdachte 2] zegt ik ga nu go, pam pam. Uitdelen, uitdelen [voornaam medeverdachte 2] komt pam pam.
[naam 7] : Hij schoot?
[medeverdachte 1] : Ja maar niet een geraakt. Maar broer, ze rennen, ze rennen, kom kankersnel.
[naam 7] : [voornaam slachtoffer 1] ging ook rennen?
[medeverdachte 1] : Iedereen... Je weet toch. Ik in zijn bot, paf pshhht kom pam. Drie terug pam, pam pam pam.
[naam 7] : Jij hebt twee geraakt?
[medeverdachte 1] : Hmm
[naam 7] : Maar die andere is
[medeverdachte 1] : Hmm, Die andere is in rolstoel, de advocaat heeft
[naam 7] : Hmmm. Hoe weet je dat?
[medeverdachte 1] : Mijn advocaat is hem tegengekomen op rolstoel.
[naam 7] : Bij de lift of waren jullie onder de brug door?
[medeverdachte 1] : Ja, we waren bij de lift
[naam 7] : Had je in de lift geschoten?
[medeverdachte 1] : Uuuuhh volgens mij wel “pah” “pah”.
hijzelfde schutter is geweest. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot het oordeel dat [medeverdachte 1] de schutter was die op 12 februari 2024 met het vuurwapen heeft geschoten, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is komen te overlijden en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
[verdachte] heeft slechts verklaard dat hij voortijdig de plaats delict had verlaten, terwijl de rechtbank eerder heeft vastgesteld dat dat niet het geval is geweest. Bij deze stand van zaken bestaat voor de rechtbank geen enkele aanleiding iets anders te veronderstellen en komt de rechtbank tot het oordeel dat [verdachte] op 12 februari 2024 tweemaal met het mes heeft gestoken in de buik en in de borst van [slachtoffer 2] . Er is gestoken met een groot mes met kartels en een dubbelzijdige snijrand. Mede door die steken is [slachtoffer 2] zeer ernstig gewond geraakt.
[medeverdachte 2]
.Voor zover aan dat scenario verklaringen van de Eritrese jongeren ten grondslag zijn gelegd, geldt dat de rechtbank die verklaringen om eerdergenoemde redenen niet voor het bewijs gebruikt. Het dossier bevat daarnaast slechts het OVC-gesprek waarin [medeverdachte 1] lijkt te suggereren dat [medeverdachte 2] ook heeft geschoten (maar niet raak). Door [medeverdachte 1] is echter nimmer bevestigd dat dit de feitelijke gang van zaken is geweest en dat deel van het OVC-gesprek vindt geen steun in ander bewijsmateriaal. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank niet buiten redelijke twijfel kan vaststellen dat en zo ja, op welke wijze [medeverdachte 2] (als pleger) geweldshandelingen heeft verricht.
Vrijspraak (poging tot) moord
Die feiten zijn in eendaadse samenloop gepleegd met de in de bewezenverklaring onder feit 5 omschreven openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Daarbij geldt dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] verantwoordelijk is voor het zwaar lichamelijk letsel van [slachtoffer 2] . Dat strafverzwarende gevolg is dan ook bewezen. Omdat alleen [medeverdachte 1] het dodelijk letsel van [slachtoffer 1] heeft veroorzaakt, zal de verdachte van dit strafverzwarende gevolg worden vrijgesproken.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
- Psychologisch rapport opgemaakt door drs. E.F. de Witt, GZ-psycholoog, op
- Psychiatrisch rapport opgemaakt door drs. B.G.J. Gunnewijk, kinder- en jeugdpsychiater, op 7 januari 2025;
- Rapport aanvullend Multidisciplinair geïntegreerd onderzoek opgemaakt door
7.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
[benadeelde 1] en [benadeelde 2] gevorderde affectieschade, de door [benadeelde 2] gevorderde kosten lijkbezorging en de door hen en zus [benadeelde 3] gevorderde (immateriële) schokschade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier heeft gerekwireerd zus [benadeelde 4] en broer [benadeelde 5] in hun vorderingen niet ontvankelijk te verklaren, en dit ook te doen bij [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en zus [benadeelde 3] in hun vorderingen ten aanzien van de gevorderde toekomstige materiële schade.
€ 20.000,00 aan affectieschade. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag van algehele voldoening.
- kosten lijkbezorging € 20.935,53
- toekomstige medische kosten € 2.000,00
- kosten uitvaart € 2.128,00
- kosten repatriëring € 5.857,53
- kosten vliegtickets € 1.950,00
- begrafenisceremonie in Eritrea € 3.300,00
- kosten vaste rituelen na overlijden in Eritrea € 3.700,00
- begraafplaats en grafsteen € 4.000,00
€ 1.188,37 (€ 2.061,37 minus de vergoeding door de gemeente van € 873,00) toewijzen. De benadeelde partij wordt voor het overige in de vordering die ziet op de uitvaartkosten niet ontvankelijk verklaard.
- voor de affectieschade van € 20.000,00 vanaf 12 februari 2024;
- voor de uitvaartkosten van € 1.188,37 vanaf 24 januari 2025 (zijnde de datum van het gemiddelde van de rentedata van de afzonderlijke bedragen die tot dit totaalbedrag optellen, waarvan de eerste rentedatum valt op 29 februari 2024 en de laatste eindigt op de datum van dit vonnis; tussen deze data liggen 330 dagen, de helft hiervan is 165 dagen);
- voor de vliegtickets van € 1.300,00 vanaf 23 februari 2024, zijnde de datum van het bankafschrift waarop de betaling van de vliegtickets staat vermeld, productie 13);
€ 20.000,00 en € 2.000,00 aan toekomstige (medische) kosten.
€ 20.000,00 aan geleden immateriële schade (geestelijk letsel) en € 2.000,00 aan materiële schade, bestaande uit toekomstige (medische) kosten, te vermeerderen met rente.
- eigen risico zorgverzekering € 385,00
- vergoeding ziekenhuisopname 36 dagen € 1.260,00
- kleding en schoenen € 100,00
- toekomstige (medische) kosten € 5.000,00
[slachtoffer 2] opgelopen schade mede het gevolg is geweest van omstandigheden die aan hem kunnen worden toegerekend, dan eist de billijkheid wegens de uiteenlopende ernst van de van de gemaakte fouten, dat de schade volledig voor rekening van de verdachte (en zijn medeverdachten) blijft, omdat het aangaan van een gewelddadige confrontatie met gebruik van een vuurwapen en een mes in grote mate kwalijker is dan het zich begeven naar de plek waar die confrontatie heeft plaatsgevonden en het mogelijk met een hamer slaan op de linkerknie van [medeverdachte 3] , waarbij deze geen letsel van betekenis heeft opgelopen.
- voor de post eigen risico ad € 385,00 vanaf 15 maart 2024 (zijnde de uiterste betalingstermijn, zoals genoemd in productie 2);
- voor de post dagvergoeding ziekenhuis ad € 1.260,00 vanaf 3 juni 2024 (zijnde de datum ontslag ziekenhuis na tweede heropname);
- voor de post kleding en schoenen ad € 100,00 vanaf 12 februari 2024 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit);
- voor de post immateriële schade ad € 50.000,00 vanaf 12 februari 2024 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit),
- voor de post kosten medische behandeling tandarts ad € 72,83 vanaf 18 april 2025 (zijnde de datum van de eerste factuur);
- voor de post kosten medische behandeling tandarts ad € 206,28 vanaf 19 augustus 2025 (zijnde de datum van de tweede en laatste factuur);
- voor de post immateriële schade ad € 300,00 van 8 februari 2025 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit),
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
264 (tweehonderd vierenzestig) dagen.
plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, met bevel dat deze maatregel
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- medewerking verleent aan het (jeugd)reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
- zich meldt bij de jeugdreclassering (Jeugdbescherming Regio Amsterdam), op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
- meewerkt aan de plaatsing en verblijf bij [locatie] en zich houdt aan de regels en afspraken die daar gelden, voor zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt en de veroordeelde weer terug kan naar huis;
- zodra hij weer thuis woont op het adres [adres 3] , zich onder elektronisch toezicht zal stellen en meewerkt aan elektronische controle ten behoeve van het hierna te noemen avondklok en locatieverbod, voor een maximale duur van drie maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht;
- zodra hij weer thuis woont op het adres [adres 3] , zich zal houden aan een avondklok van 19.00 uur tot 07.00 uur, voor maximaal drie maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht, waarbij de tijden in overleg met de jeugdreclassering aan te passen zijn;
- zich houdt aan een locatieverbod, inhoudende dat hij zich niet in Purmerend mag bevinden;
- zich houdt aan zijn school en/of stagerooster, dan wel de tijden van een dagbesteding;
- meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en sport;
- meewerkt aan de ambulante begeleiding van [locatie] of een soortgelijke instelling, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- meewerkt aan behandeling vanuit De Waag of een soortgelijke instelling, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- op geen enkele wijze, direct of indirect, contact opneemt, zoekt of heeft met het slachtoffer [slachtoffer 2] en de nabestaanden [benadeelde 2] , [benadeelde 1] en
- op geen enkele wijze, direct of indirect, contact opneemt, zoekt of heeft met medeverdachten [medeverdachte 1] (geboren [geboortedatum 2] ), [medeverdachte 2] (geboren [geboortedatum 3] ) en [medeverdachte 3] (geboren [geboortedatum 4] ).
dadelijk uitvoerbaar zijn.
[benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen jeugddetentie en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 22.488,37(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderd achtentachtig euro en zevenendertig eurocent), bestaande uit € 2.488,37 als vergoeding voor de materiële en € 20.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 650,00.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer
[benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 22.488,37(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderd achtentachtig euro en zevenendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen jeugddetentie en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 51.745,00(zegge: éénenvijftigduizend zevenhonderd vijfenveertig euro), bestaande uit € 1.745,00 als vergoeding voor de materiële en € 50.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 51.745,00(zegge: éénenvijftigduizend zevenhonderd vijfenveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen jeugddetentie en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 9]geleden schade tot een bedrag van
€ 579,11(zegge: vijfhonderd negenenzeventig euro en elf eurocent), bestaande uit € 279,11 als vergoeding voor de materiële en € 300,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 9] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer
[slachtoffer 9] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 579,11(zegge: vijfhonderd negenenzeventig euro en elf eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen jeugddetentie en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.