Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. A.T.C. Castermans, advocaat te ‘s-Gravenhage, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
– samengevat – heeft schuldig gemaakt aan:
[slachtoffer 3] en/of één of meer anderen, met de dood ten gevolge voor [slachtoffer 1] en/of met zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, ten gevolge voor
[slachtoffer 2] , in Purmerend op 12 februari 2024.
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat.
drievan de vier op de plaats delict aangetroffen hulzen zijn opnieuw door een deskundige onderzocht. De deskundige heeft gerapporteerd dat de resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn wanneer deze hulzen zijn verschoten uit dit vuurwapen, dan wanneer de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als dit vuurwapen.
(de rechtbank begrijpt: [verdachte] )of jou?
[medeverdachte 1] : Nononono. [voornaam medeverdachte 2] zegt ik ga nu go, pam pam. Uitdelen, uitdelen [voornaam medeverdachte 2] komt pam pam.
[naam 7] : Hij schoot?
[medeverdachte 1] : Ja maar niet een geraakt. Maar broer, ze rennen, ze rennen, kom kankersnel.
[naam 7] : [voornaam slachtoffer 1] ging ook rennen?
[medeverdachte 1] : Iedereen... Je weet toch. Ik in zijn bot, paf pshhht kom pam. Drie terug pam, pam pam pam.
[naam 7] : Jij hebt twee geraakt?
[medeverdachte 1] : Hmm
[naam 7] : Maar die andere is
[medeverdachte 1] : Hmm, Die andere is in rolstoel, de advocaat heeft
[naam 7] : Hmmm. Hoe weet je dat?
[medeverdachte 1] : Mijn advocaat is hem tegengekomen op rolstoel.
[naam 7] : Bij de lift of waren jullie onder de brug door?
[medeverdachte 1] : Ja, we waren bij de lift
[naam 7] : Had je in de lift geschoten?
[medeverdachte 1] : Uuuuhh volgens mij wel “pah” “pah”.
hijzelfde schutter is geweest. Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot het oordeel dat [medeverdachte 1] de schutter was die op 12 februari 2024 met het vuurwapen heeft geschoten, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is komen te overlijden en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
- het stompen van [slachtoffer 2] en
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.5. Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
Pro Justitia rapportages van 14 maart 2024 en 17 oktober 2024, beide opgesteld door
M. Hulshof (GZ-psycholoog). De deskundige concludeert dat bij de verdachte sprake is van een ongespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Dit was ook zo ten tijde van het tenlastegelegde. Vanuit voornoemde stoornis kan worden verondersteld dat de verdachte, zodra hij zich in het nauw gedreven voelt, instinctief agressief handelt, maar deze kenmerken ziet de deskundige niet bij het tenlastegelegde. Er was geen sprake van een ongeplande of impulsieve actie, maar van planning en voorbereiding. De deskundige is van mening dat van een beperking van de wilsvrijheid geen sprake is en adviseert daarom het feit (indien bewezen) de verdachte volledig toe te rekenen. Geadviseerd wordt het jeugdstrafrecht toe te passen, omdat nog mogelijkheden worden gezien om de ontwikkeling van de verdachte in positieve zin te beïnvloeden, vooral door de inzet van geëigende gespecialiseerde hulpverlening voor jongeren met een traumagerelateerde stoornis. De deskundige adviseert aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met een traumabehandeling bij een forensische polikliniek als bijzondere voorwaarde.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen. De verdachte wordt inmiddels ruim een jaar begeleid door de volwassenenreclassering en verblijft sinds enkele maanden in een begeleid woonvoorziening voor volwassenen. Hij gaat niet naar school, maar heeft betaald werk. Er is geen sprake van een gezinssituatie en zijn ouders vervullen geen opvoedkundige rol in het leven van de verdachte. Kortom, er is al enige tijd geen sprake meer van pedagogische of opvoedkundige beïnvloeding van de verdachte en evenmin is gebleken dat de verdachte hier (meer) baat bij zou kunnen hebben dan bij de voortzetting van het huidige traject. De rechtbank doet dan ook recht conform het volwassenenstrafrecht.
7.Beslissing omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- kosten lijkbezorging € 20.935,53
- toekomstige medische kosten € 2.000,00
- kosten uitvaart € 2.128,00
- kosten repatriëring € 5.857,53
- kosten vliegtickets € 1.950,00
- begrafenisceremonie in Eritrea € 3.300,00
- kosten vaste rituelen na overlijden in Eritrea € 3.700,00
- begraafplaats en grafsteen € 4.000,00
- voor de affectieschade van € 20.000,00 vanaf 12 februari 2024;
- voor de uitvaartkosten van € 1.188,37 vanaf 24 januari 2025 (zijnde de datum van het gemiddelde van de rentedata van de afzonderlijke bedragen die tot dit totaalbedrag optellen, waarvan de eerste rentedatum valt op 29 februari 2024 en de laatste eindigt op de datum van dit vonnis; tussen deze data liggen 330 dagen, de helft hiervan is 165 dagen);
- voor de vliegtickets van € 1.300,00 vanaf 23 februari 2024, zijnde de datum van het bankafschrift waarop de betaling van de vliegtickets staat vermeld, productie 13);
- eigen risico zorgverzekering € 385,00
- vergoeding ziekenhuisopname 36 dagen € 1.260,00
- kleding en schoenen € 100,00
- Toekomstige (medische) kosten € 5.000,00
- voor de post eigen risico ad € 385,00 vanaf 15 maart 2024 (zijnde de uiterste betalingstermijn, zoals genoemd in productie 2);
- voor de post dagvergoeding ziekenhuis ad € 1.260,00 vanaf 3 juni 2024 (zijnde de datum ontslag ziekenhuis na tweede heropname);
- voor de post kleding en schoenen ad € 100,00 vanaf 12 februari 2024 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit);
- voor de post immateriële schade ad € 50.000,00 vanaf 12 februari 2024 (zijnde de datum van het schade toebrengende feit),
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
270(tweehonderdzeventig)
dagen.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
[benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 86 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[benadeelde 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 22.488,37(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderd achtentachtig euro en zevenendertig eurocent), bestaande uit € 2.488,37 als vergoeding voor de materiële en € 20.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 650,00.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer
[benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 22.488,37(zegge: tweeëntwintigduizend vierhonderd achtentachtig euro en zevenendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 94 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 51.745,00(zegge: éénenvijftigduizend zevenhonderd vijfenveertig euro), bestaande uit € 1.745,00 als vergoeding voor de materiële en € 50.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 51.745,00(zegge: éénenvijftigduizend zevenhonderd vijfenveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 185 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
- het slaan en/of stompen en/of schoppen van [slachtoffer 2] en/of een of meer (andere) personen en/of