ECLI:NL:RBNHO:2025:15002
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen eerdere veroordeling tot verwijdering van een schuur die onrechtmatige hinder zou veroorzaken
In deze zaak gaat het om een geschil tussen buren over de plaatsing van een schuur door [eiser] tegen de zijgevel van de tuinkamer van [gedaagde]. [gedaagde] heeft [eiser] eerder in een verstekvonnis veroordeeld tot verwijdering van de schuur, omdat deze onrechtmatige hinder zou veroorzaken. [eiser] heeft tegen dit vonnis verzet aangetekend, waarbij hij betoogt dat zijn schuur geen onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat hij recht heeft om zijn perceel te bebouwen. De rechtbank heeft de procedure en de feiten in detail bekeken, waaronder de plaatsing van de schuur en de gevolgen daarvan voor de lichtinval in de tuinkamer van [gedaagde]. De rechtbank oordeelt dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld door de schuur zonder toestemming van [gedaagde] aan diens muur te bevestigen. De rechtbank bevestigt de eerdere veroordeling tot verwijdering van de schuur en legt een dwangsom op voor het geval [eiser] niet aan deze veroordeling voldoet. De tegenvordering van [eiser] wordt afgewezen, omdat het raam in de tuinkamer van [gedaagde] niet als ondoorzichtig kan worden aangemerkt, waardoor [eiser] niet bevoegd is om te bebouwen ter hoogte van dat raam.