ECLI:NL:RBNHO:2025:15005

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11928132
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid van de kantonrechter in kort geding tussen aandeelhouder en vakbond KLM

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 15 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een eiser, een aandeelhouder van KLM, en de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV). De eiser vorderde verschillende maatregelen tegen VNV, waaronder het meewerken aan cao-afspraken en het stopzetten van betalingen aan een pensioenfonds. De kantonrechter oordeelde dat de eiser onvoldoende belang had bij zijn vorderingen, omdat deze betrekking hadden op de relatie tussen VNV en KLM, en de eiser geen zelfstandig vorderingsrecht had. De kantonrechter verklaarde zich gedeeltelijk onbevoegd en wees de overige vorderingen van de eiser af. De eiser werd veroordeeld in de proceskosten van VNV, die op € 949,00 werden begroot. De uitspraak benadrukt de grenzen van de bevoegdheid van de kantonrechter in kort geding procedures en het belang van een directe relatie tussen eiser en gedaagde voor het instellen van vorderingen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11928132 \ VV EXPL 25-156
Vonnis in kort geding van 15 december 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
de vereniging
VERENIGING NEDERLANDSE VERKEERSVLIEGERS,
gevestigd te Badhoevedorp,
gedaagde partij,
hierna te noemen: VNV,
gemachtigde: mr. A. Stege.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de akte vermeerdering eis van 5 december 2025;
- de producties 1 t/m 34 van [eiser];
- de producties 1 t/m 17 van VNV;
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnota van VNV;
- de e-mail correspondentie tussen [eiser] en de vakbonden van KLM van 19, 27 en 28 november 2025.

2.Feiten

2.1.
Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) is de vakbond van Nederlandse burgerluchtvaartpiloten.
2.2.
VNV is betrokken bij de totstandkoming van de cao KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen (hierna: de cao).
2.3.
[eiser] heeft meermaals schriftelijk zijn zorgen geuit over de invloed van VNV op KLM.
2.4.
KLM heeft op 21 en 23 januari 2025 aan [eiser] laten weten dat zij geen prijs stelt op zijn bemoeienis.
2.5.
Op 3 december 2025 heeft KLM aan VNV geschreven:
“Tijdens ons recente overleg vroeg je me hoe KLM aankijkt tegen de vorderingen in kort geding van de heer [eiser] tegen VNV. We zijn daarover via de mail van [eiser] van 28 november jl in kennis gesteld. Namens KLM heb ik al eerder aan [eiser] aangegeven dat we geen behoefte hebben aan zijn bemoeienis met het arbeidsvoorwaardelijk overleg tussen KLM en vakbonden, waaronder VNV. Dat is nog steeds zo. KLM stelt geen prijs op de door [eiser] tegen VNV ingestelde vorderingen.”

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – na vermeerdering van eis - dat VNV wordt gelast om, als KLM het vraagt, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te goeder trouw (op verbeurte van een dwangsom):
I. mee te werken aan de commitment clausule zoals overeengekomen op 23 november 2020 tussen KLM en haar piloten;
II. mee te werken aan de verhoging van de pensioenleeftijd van alle piloten werkzaam bij KLM van 58 naar 65 jaar bij een fulltime dienstverband;
III. mee te werken aan het stopzetten van het faciliteren door KLM van VNV op welke manier dan ook;
IV. ermee in te stemmen dat:
A) KLM gedurende de komende zeven jaar geen pensioenpremies betaalt voor haar piloten en
B) dat het aantal bestuursleden van het pensioenfonds Vliegend Personeel KLM die als piloot werkzaam zijn bij KLM wordt teruggebracht van vier naar drie;
V. het terugbetalen van de in 2016-2018 door KLM aan de stichting SPAAK gedane onverschuldigde betaling van in totaal 85 miljoen euro te bevorderen en in te stemmen met het verlagen van de maximale winstdeling van 20% naar 6,5%;
VI. het terugbetalen van de in 2017-2018 door KLM aan het pensioenfonds Vliegend Personeel KLM betaalde bruidsschat van in totaal 194 miljoen euro te bevorderen;
VII. mee te werken aan het terugbrengen van het aantal rustdagen in een cyclus van 28 dagen van 12 naar 11 conform Cao 2015-2018;
3.2.
Daarnaast vordert [eiser] VIII) dat de kantonrechter VNV met onmiddellijke ingang verbiedt om jegens KLM op te roepen tot staken, daarmee te dreigen of anderszins collectieve acties te organiseren, dan wel om cao’s en/of protocollen af te sluiten, eveneens op verbeurte van een dwangsom.
3.3.
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat VNV onrechtmatige druk op KLM uitoefent door verschillende grondwettelijke normen te schenden. Volgens [eiser] verkeert KLM in financieel zwaar weer en is het voor de levensvatbaarheid van KLM noodzakelijk dat VNV haar druk op KLM vermindert. [eiser] stelt dat hij daarbij zowel zijn eigen belang als aandeelhouder van KLM, als het algemeen van KLM (en haar piloten) behartigt. Daarnaast ziet hij zichzelf, in zijn hoedanigheid van toegevoegd gerechtsdeurwaarder, als hoeder van grondrechten en voelt hij zich verplicht tegen eventuele inbreuken op te treden.
3.4.
VNV voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de (werkelijke) proceskosten.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In dit kort geding heeft [eiser] verschillende vorderingen ingesteld tegen VNV.
Bevoegdheid
4.2.
Uit de wet volgt dat de kantonrechter alleen oordeelt over zaken die gaan over, kort gezegd, werken, wonen en winkelen, en geldvorderingen tot € 25.000,00. In de woorden van de wet: zaken met betrekking tot een arbeidsovereenkomst, een huurovereenkomst en een consumentenkoop. [1] Dat geldt ook voor een kort geding bij de kantonrechter. [2]
4.3.
[eiser] vordert onder meer dat [eiser] meewerkt aan de stopzetting van de betaling van pensioenpremies door KLM aan het Pensioenfonds (van vele miljoenen euro’s per jaar). Daarnaast wil hij dat VNV de terugbetaling van de door KLM gedane betalingen aan stichting SPAAK (85 miljoen euro) en het Pensioenfonds (194 miljoen euro) bevordert. Deze vorderingen (genoemd onder IV, V en VI) vertegenwoordigen een geldwaarde van meer dan € 25.000,00 en gaan niet over een arbeidsovereenkomst, huurovereenkomst of consumentenkoop. Er is dus geen sprake van een in de wet aangewezen bepaalde soort zaak waarover de kantonrechter bevoegd is te oordelen. Daarom moet de kantonrechter tot het oordeel komen dat zij op grond van de wet niet bevoegd is om de vorderingen IV, V en VI van [eiser] te behandelen en daarover te beslissen.
4.4.
Normaal gesproken moet een rechter, als hij zich onbevoegd verklaart, de zaak verwijzen naar een andere rechter die wel bevoegd is. [3] Maar die regel geldt niet automatisch voor een kort geding, een spoedprocedure. [4] De kantonrechter ziet ook geen reden om die verwijzingsregel hier toch toe te passen, omdat dat niet past bij de aard en het karakter van een kort geding en ook niet praktisch is (mede gelet op het navolgende).
(Spoedeisend) belang
4.5.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom (na de vraag over de bevoegdheid) eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft.
4.6.
Alle vorderingen van [eiser] hebben betrekking op de relatie tussen KLM en VNV. [eiser] is geen werknemer van KLM en hij is ook niet op andere wijze betrokken of gebonden aan de cao. VNV heeft naar het oordeel van de kantonrechter terecht aangevoerd dat indien en voor zover KLM van mening zou zijn dat VNV de gemaakte afspraken niet nakomt of onrechtmatige druk op haar uitoefent, het uitsluitend aan KLM is om VNV daarop aan te spreken, en haar zo nodig in rechte te betrekken. Het aandeelhouderschap van [eiser] geeft hem geen zelfstandig vorderingsrecht. Het feit dat [eiser] geen schadevergoeding maar een ordemaatregel vordert, maakt dat niet anders. Ook zijn professie als gerechtsdeurwaarder maakt niet dat hij zonder medewerking van KLM vorderingen kan instellen die alleen KLM en haar contractspartijen aangaan.
4.7.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] geen belang heeft bij zijn vorderingen, laat staan dat hij daarbij een
spoedeisendbelang heeft. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de uitkomst van de door hem reeds aanhangig gemaakte bodemprocedure niet kan afwachten. Dit geldt te meer nu de vorderingen I t/m VII (bij toewijzing) pas opeisbaar worden op het moment dat ‘KLM het vraagt’ en KLM meermaals heeft aangegeven geen prijs te stellen op de vorderingen van [eiser]. Bovendien is niet gebleken dat er op dit moment met collectieve acties van VNV jegens KLM wordt gedreigd (vordering VIII).
Bodemzaak
4.8.
Ten slotte geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De kantonrechter is van oordeel dat op grond van het vorenstaande niet aannemelijk is geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat [eiser] voldoende belang heeft bij zijn vorderingen. Dat betekent dat [eiser] geen rechtsvordering toekomt. [5] Voor toewijzing van de vorderingen van [eiser] in dit kort geding bestaat dan ook geen grond.
Proceskosten
4.9.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. VNV heeft gevorderd dat [eiser] in de werkelijke proceskosten wordt veroordeeld. De kantonrechter kan de ene partij de werkelijke proceskosten van de andere partij laten betalen als sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van een vordering, gelet op de overduidelijke ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven.
4.10.
De kantonrechter is van oordeel dat VNV onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die rechtvaardigen dat van de forfaitaire proceskostenveroordeling wordt afgeweken. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat niet is gebleken dat [eiser] VNV bewust op kosten heeft willen jagen, maar dat hij zich oprecht zorgen maakt over de belangen van KLM en haar werknemers.
4.11.
De proceskosten van VNV worden begroot op:
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
949,00
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vorderingen genoemd onder IV, V en V;
5.2.
wijst de overige vorderingen van [eiser] af;
5.3.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025 (bij vervroeging).
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 93, onderdeel a en c, Rv.
2.Artikel 254 lid 5 Rv.
3.Artikel 73 Rv.
4.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 3 juni 2016 (
5.Artikel 3:303 BW.