ECLI:NL:RBNHO:2025:15013
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand bedrijfsruimte met bovenwoning
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen eiser, een B.V., en gedaagde 1, eveneens een B.V., voor een bedrijfsruimte met bovenwoning sinds 16 juni 2022. Gedaagde 1 heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €53.533,52 tot en met juni 2025. Eiser vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, boetes, incassokosten, rente en proceskosten.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand door gedaagde 1 is erkend en dat het niet tijdig betalen van huur een essentiële verplichting is. Dit rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Gedaagde 1 heeft het gehuurde inmiddels verlaten en een faillissementsverzoek ingediend.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente worden toegewezen. De contractuele boetes, gebaseerd op een boetebeding van 1% per maand met een minimum van €300, worden gematigd tot enkelvoudig €300 per maand, omdat cumulatie tot een onredelijk hoog bedrag leidt. De totale boetes worden vastgesteld op €5.400,00 voor 18 maanden.
Gedaagde 1 heeft een deelbetaling gedaan, waardoor de toegewezen huurachterstand wordt vastgesteld op €23.540,86. De kantonrechter veroordeelt gedaagde 1 tot betaling van dit bedrag, de boetes, incassokosten, rente en proceskosten van €3.348,35. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde 1 moet ontruimen en de huurachterstand met boetes, incassokosten en rente betalen.