ECLI:NL:RBNHO:2025:15047
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in familierechtelijke omgangszaken
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een familierechtelijke zaak over omgangsregelingen met minderjarige kinderen onder toezicht. Het verzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid, onder meer door het glimlachen van de rechter en het niet toestaan van een filmpje tijdens de zitting.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op zitting en concludeerde dat het schriftelijke wrakingsverzoek niet door een advocaat was ondertekend, terwijl in deze zaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt. Ondanks herhaalde kansen tot herstel bleef de ondertekening uit, waardoor verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard.
Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken. De behandeling werd niet geschorst omdat de uitspraak al was gedaan toen het wrakingsverzoek werd ontvangen.
Het aanhoudingsverzoek werd afgewezen en de beslissing is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken advocaatsondertekening.