Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De zaak in het kort
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 september 2025.
3.De feiten
“NL Admission Agreement”gesloten. In elk van deze overeenkomsten is arbitrage van toepassing verklaard.
e-invoicing. Volgens [eiser] heeft [betrokkene 3] die propositie ten onrechte besproken met Accenture, een concurrent van EY. [eiser] heeft op 7 oktober 2018 bij [betrokkene 4] aangegeven dat mogelijk sprake is geweest schendingen van mededingingsrechtelijke regelingen door [betrokkene 3] , maar dat hij daarvan (zelf) geen melding wil maken aan
“the ethics and compliance office”.
“Need to progress”,de laagst mogelijke beoordeling. Bij brief van 23 oktober 2018 heeft [eiser] een officiële waarschuwing ontvangen van [betrokkene 3] . Vervolgens heeft EYNL per brief van 25 oktober 2018 medegedeeld dat het winstaandeel van [bedrijf 1] met 10% naar beneden werd bijgesteld. Tegen deze korting heeft [eiser] in november 2018 intern bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. Onder meer heeft [eiser] in dat kader betoogd dat zijn beoordeling (FY2018) te laag is vastgesteld en dat sprake is geweest van intimidatiegedrag en overtreding van het mededingingsrecht door [betrokkene 3] .
“Progressing”(de een-na-laagste beoordeling). Over het jaar 2020 (FY2020) was de beoordeling van [eiser] wederom
“Need to progress”.
aan “each member of the boards of Ernst & Young Accountants LLP and EY Advisory Netherlands LLP”een volmacht verstrekt om (onder andere) een
“agreement of admission to EYAN”aan te gaan. De overeenkomst en bijbehorende documenten waren op 21 maart 2019 door (een jurist van) EYNL in concept aan [eiser] toegestuurd.
[betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6] ) en [betrokkene 7] .
AN Admission Agreementop grond van artikel 14.2 van de
Fundamental Rulesvan EY opzegt tegen 1 juli 2021, wat volgens de brief betekent dat [bedrijf 1] per die datum uittreedt uit EYAN en EYNL. Als gronden zijn vermeld dat er geen vertrouwen meer is in [eiser] en dat binnen Nederland voor hem geen andere positie beschikbaar is. Aan [bedrijf 1] is een uittredingsvergoeding betaald.
EY/Ethics portal(die afkomstig bleek van [eiser] ). Vanwege het feit dat de melding anoniem was is via het
Ethics portalvervolgens om nadere informatie gevraagd. Op verzoek van [eiser] is de melding vervolgens
on holdgezet. Nadat verdere informatie vervolgens uitbleef is de casus gesloten.
Ethics portal. Deze melding is uiteindelijk niet behandeld omdat [eiser] EYNL en EYAN aansprakelijk had gesteld en vanaf april 2021 verschillende procedures tegen EYAN en EYNL was begonnen.
.
4.Het geschil
5.De beoordeling
De anonieme melding van 6 april 2021 heeft [eiser] zelf
on holdgezet waarna de casus is gesloten. Voor de meldingen op 30 juni 2021 en in oktober 2021 (belangenverstrengeling mr. [betrokkene 9] ) geldt dat [eiser] deze onderwerp heeft gemaakt van civiele procedures, waardoor de meldingen gelet op de artikelen 1.4 sub e en 3.6 sub b van de Klachtenregeling (r.o. 3.6) jo. artikel 2.5 van de Klokkenluidersregeling (r.o. 3.7), op juiste gronden niet zijn behandeld. Bovendien geldt voor beide meldingen dat deze zijn gedaan na de opzegging van het partnerschap met [eiser] op 24 december 2020. Daarom kunnen deze meldingen geen betrekking hebben gehad op de opzegging van het partnerschap met [eiser] . Van een causaal verband tussen deze meldingen en de opzegging kan dus geen sprake zijn geweest.