Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de startverklaring van 4 november 2025;
- het verzoekschrift ex artikel 376 Fw van 21 november 2025, met bijlagen;
- de e-mail van 26 november 2025 van mr. Martijnse met aanvullende producties;
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 1 december 2025;
- de e-mail van mr. Martijnse van 15 december 2025 met geactualiseerde en aanvullende producties;
- de zienswijze van belanghebbende [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2]) van 16 december 2025;
- de e-mail van mr. Martijnse van 16 december 2025, met aankondiging van de aanwezigen op de mondelinge behandeling;
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025, waarbij mr. Martijnse gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.Het verzoek en de onderbouwing daarvan
- de bedrijfsvoering ongestoord voort te kunnen zetten en inkomsten te blijven genereren;
- een Bbz-Krediet aanvraag te kunnen voltooien, die is ingediend bij de gemeente [plaats 2] en zonder afkoelingsperiode zal worden afgewezen. Met dit krediet kan een gunstiger akkoord of lumpsum ineens worden aangeboden;
- een ordentelijk WHOA-akkoord verder voor te bereiden en ter homologatie aan te kunnen bieden.
3.Het standpunt van [bedrijf 2]
4.De beoordeling
- de schuldenpositie per peildatum 21 november 2025;
- een bij het verzoekschrift ingediende liquiditeitsprognose van week 47 tot en met week 52 van 2025 en week 1 tot en met week 26 van 2026;
- een geactualiseerde liquiditeitsprognose van week 47 tot en met week 52 van 2025 en week 1 tot en week 26 van 2026;
- een toelichting op de voortgang liquiditeitsbegroting;
- IB-aangiften;
- OB-aangiften;
- een verklaring van een registeraccountant met betrekking tot de levensvatbaarheid van de onderneming;
- de commerciële resultaten over november 2025;
- een overzicht van reeds gerealiseerde kostenreducties;
- de verwachte opbrengst in faillissement, afgezet tegen het aangeboden WHOA-akkoord;
- een concept Whoa-akkoord, gedateerd 25 november 2025.
5.De beslissing
mr. M. Aukema, rechters en in aanwezigheid van mr. M.F. Backx, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.