Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het handhavingsverzoek van omwonenden tegen Tennis Club Uitgeest (TCU) vanwege geluidsoverlast veroorzaakt door tennis- en padelactiviteiten. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest trad handhavend op met last onder dwangsom, waarbij het geluid van tennis buiten beschouwing werd gelaten en de last zich uitsluitend richtte op padel.
Eisers voerden aan dat het besluit onzorgvuldig was en niet voldeed aan de geluidsnormen voor de gehele inrichting, zoals voorgeschreven in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). De rechtbank oordeelde dat het college onterecht het geluid van tennis buiten beschouwing liet bij het bepalen van de herstelsanctie, terwijl de geluidsnormen gelden voor de gehele inrichting. Hierdoor is het besluit in strijd met het Abm en onzorgvuldig gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van 20 december 2023 en het samengestelde besluit van 4 juli en 26 juli 2023, herroept het eerdere besluit van 23 januari 2023 en draagt het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen die tennis alleen in de dagperiode toestaat tot zes weken na het nieuwe besluit. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste en volledige geluidsbeoordeling van de gehele inrichting en bevestigt de bevoegdheid van het college tot handhaving bij overtreding van geluidsnormen, waarbij een evenwichtige belangenafweging en zorgvuldige motivering vereist zijn.