ECLI:NL:RBNHO:2025:15871

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
11865798 \ AO VERZ 25-80
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:669 lid 3 onder d BWArt. 7:669 lid 3 onder g BWArt. 7:671b lid 9 onder a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning billijke vergoeding

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 26 november 2025 het verzoek van Linke Loetje B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] toegewezen wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever had meerdere pogingen gedaan om de werkhouding van de werknemer te verbeteren, maar zonder resultaat, waardoor een onwerkbare en onveilige situatie was ontstaan. De kantonrechter oordeelde dat de werkhouding en het verwijtbaar gedrag van de werknemer geen redelijke grond voor ontbinding vormden, maar dat de verstoorde arbeidsverhouding wel een redelijke grond was.

De ontbinding wordt vastgesteld per 1 februari 2026, de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij reguliere opzegging zou eindigen. Omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, kent de kantonrechter een billijke vergoeding van € 10.000 bruto toe aan de werknemer. Dit bedrag compenseert het inkomensverlies en het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, die onder meer een ondeugdelijk ontbindingsverzoek had ingediend en onvoldoende had gereageerd op verzoeken van de werknemer.

Daarnaast wijst de kantonrechter het tegenverzoek van de werknemer toe om de arbeidsomvang vast te stellen op 25 uren per week en 110 uren per maand, gebaseerd op een langere referentieperiode. Ook wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 1 augustus 2025 tot het einde van het dienstverband, inclusief vakantiegeld en uitbetaling van vakantie-uren. De transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd vanwege het ernstig verwijtbaar handelen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van een billijke vergoeding van € 10.000 bruto en vaststelling van arbeidsomvang en loonbetaling.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11865798 \ AO VERZ 25-80 (MR)
Beschikking van 26 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
LINKE LOETJE B.V.,
te Schagen,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Linke Loetje,
gemachtigde: mr. J.H. Prins,
tegen
[verweerder],
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. J.G. Burgers.
De zaak in het kort
De kantonrechter wijst het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, namelijk een verstoorde arbeidsverhouding. Aan de werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend, omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Het tegenverzoek van werknemer tot vaststelling van de arbeidsomvang wordt toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van Linke Loetje.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] , is sinds 1 juli 2017 in dienst bij Linke Loetje. De functie van [verweerder] is medewerker bediening.
2.2.
Op 21 juli 2025 heeft [verweerder] een waarschuwing gekregen vanwege
“schending bedrijfsregels en onprofessioneel gedrag”. Aan [verweerder] is verder als volgt meegedeeld:
“Bij herhaling volgen verdere disciplinaire maatregelen, waaronder een tweede officiële waarschuwing of beëindiging van het dienstverband.”
2.3.
Bij brief van 24 juli 2025 heeft [verweerder] schriftelijk gereageerd op de waarschuwing en om een nadere concretisering gevraagd.
2.4.
[verweerder] is op non-actief gesteld met behoud van loon.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
Linke Loetje verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, andere omstandigheden waardoor niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, verwijtbaar handelen dan wel vanwege een combinatie van omstandigheden. Linke Loetje heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat zij heeft getracht via vele gesprekken de werkhouding van [verweerder] te doen verbeteren, echter zonder het gewenste resultaat. Er is volgens Linke Loetje een onwerkbare en zelfs onveilige situatie ontstaan tussen [verweerder] en de directie en het personeel van Linke Loetje.
3.2.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verweerder] voert aan dat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd en onderbouwd, en dat er geen grond is voor ontbinding. Voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst toch zou ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding, maakt [verweerder] aanspraak op een billijke vergoeding, omdat die ontbinding volgens [verweerder] het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Linke Loetje. [verweerder] verzoekt in dat geval ook om Linke Loetje te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding. Verder betwist [verweerder] dat het door Linke Loetje vermelde bruto maandloon correct is en voert aan dat de door Linke Loetje gestelde arbeidsomvang niet juist is. [verweerder] heeft in dat kader twee zelfstandige (tegen)verzoeken gedaan.

4.De beoordeling van het verzoek

waar gaat het om in deze zaak?
4.1.
Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2]
de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de door Linke Loetje aangevoerde feiten en omstandigheden ten aanzien van de werkhouding en verwijtbaar gedrag van [verweerder] geen redelijke grond opleveren voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar de verstoorde arbeidsverhouding inmiddels wel. Dat wordt als volgt toegelicht.
4.4.
De kantonrechter constateert dat de verwijten die Linke Loetje aan [verweerder] maakt in feite neerkomen op kritiek op het functioneren van [verweerder] . Dergelijke kritiek kan niet worden gezien als verwijtbaar handelen en levert evenmin een combinatie van omstandigheden of andere omstandigheden op waardoor ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op een van deze gronden is daarom niet aan de orde.
4.5.
Linke Loetje heeft aan haar verzoek om ontbinding niet (mede) ten grondslag gelegd dat sprake is van disfunctioneren van [verweerder] . Ook als de kantonrechter die grond (ambtshalve) zou betrekken in de beoordeling, kan geen ontbinding op die grond plaatsvinden. In het verzoekschrift is niet of nauwelijks toegelicht en gemotiveerd waaruit het disfunctioneren zou bestaan, behalve in algemene en vage termen. Disfunctioneren is gelet daarop onvoldoende gebleken. Bovendien staat vast dat geen verbetertraject is gevolgd. Linke Loetje heeft [verweerder] dus ook niet in voldoende mate in de gelegenheid gesteld om eventuele tekortkomingen in het functioneren te verbeteren. [3] Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren is daarom niet gerechtvaardigd.
4.6.
De kantonrechter ziet wel aanleiding om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. [4] Uit de stukken en wat op de zitting is besproken blijkt voldoende dat sprake is van een duurzame en onherstelbare verstoring van de arbeidsrelatie tussen partijen. Partijen maken elkaar in toenemende mate verwijten over en weer, waarbij de discussie over het functioneren van [verweerder] zich slechts verscherpt en een oplossing voor het conflict daarover steeds verder uit beeld verdwijnt. Er is sprake van een situatie waarbij nauw met elkaar samengewerkt moet worden. Niet goed valt in te zien hoe partijen onder die omstandigheden nog verder kunnen samenwerken met elkaar. [verweerder] heeft op de zitting ook erkend dat hij het inmiddels niet meer ziet zitten om de arbeidsrelatie voort te zetten.
4.7.
Er is dus sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van Linke Loetje in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [verweerder] is gelet op het voorgaande niet mogelijk. De conclusie is daarom dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden.
4.8.
Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 februari 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. De duur van deze procedure zal daarop niet in mindering worden gebracht, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Linke Loetje, zoals hierna wordt toegelicht. [5]
er wordt een billijke vergoeding toegekend
4.9.
De kantonrechter ziet aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. [6] Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. [7] In dit geval is sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Daarbij is het volgende van belang.
4.10.
Linke Loetje heeft een ondeugdelijk verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat dit verzoek niet of nauwelijks is onderbouwd of gemotiveerd, zoals hiervoor al is overwogen. Linke Loetje heeft in het verzoekschrift verwezen naar de door haar overgelegde producties, maar het is niet aan de kantonrechter om in producties op zoek te gaan naar informatie of een motivering van het verzoek. [8] Producties dienen als ondersteuning van stellingen, niet als vervanging daarvan. Overigens zijn de overgelegde producties kennelijk bedoeld als ondersteuning van de stelling van Linke Loetje dat [verweerder] zou disfunctioneren. Echter, zoals hiervoor al is overwogen, blijkt niet van een gestructureerde aanpak waarbij [verweerder] in voldoende mate op de hoogte is gebracht van disfunctioneren en is ook geen verbetertraject gevolgd. [verweerder] heeft slechts één keer een schriftelijke waarschuwing ontvangen, maar op zijn verzoek om nadere concretisering daarvan is niet kenbaar gereageerd door Linke Loetje.
4.11.
Linke Loetje heeft ook een aantal incidenten genoemd, waarbij [verweerder] zich onbehoorlijk zou hebben uitgelaten over of opgesteld jegens een leidinggevende en een (voormalig) eigenaar van de onderneming. Maar die concrete incidenten zijn pas genoemd op de zitting en hadden veel eerder naar voren kunnen en moeten worden gebracht. Die incidenten worden daarom wegens strijd met een goede procesorde buiten beschouwing gelaten.
4.12.
Ook als de hiervoor genoemde incidenten wel zouden worden meegenomen, kunnen deze niet als vaststaand worden aangenomen. [verweerder] heeft deze incidenten op de zitting gemotiveerd betwist of in een andere context geplaatst. Dat is vervolgens onvoldoende weersproken of weerlegd door Linke Loetje.
4.13.
Het voorgaande brengt mee dat het door Linke Loetje gestelde verwijtbaar handelen niet is komen vast te staan, dat het disfunctioneren onvoldoende is gebleken, dat geen verbetertraject is gevolgd, en dat er geen sprake is van een combinatie van of andere omstandigheden die ontbinding kunnen rechtvaardigen. Door niettemin aan [verweerder] deze verwijten te maken, een ontbindingsverzoek in te dienen en [verweerder] op non-actief te stellen, heeft Linke Loetje een situatie gecreëerd waarin voortzetting van de arbeidsrelatie onmogelijk is geworden. Daarmee heeft Linke Loetje op onjuiste gronden een verstoorde arbeidsverhouding geforceerd. De verstoring van de arbeidsrelatie is gelet daarop ontstaan door ernstig verwijtbaar handelen van Linke Loetje.
4.14.
De kantonrechter komt gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, tot de conclusie dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Linke Loetje.
de hoogte van de billijke vergoeding
4.15.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [9] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van de ontbinding kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.16.
De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 10.000,00 bruto, zoals door [verweerder] verzocht. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.
4.17.
Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding is in de eerste plaats van belang dat [verweerder] de komende tijd een verlies aan inkomsten zal ondervinden door de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Vast staat dat [verweerder] op zeer korte termijn een operatie moet ondergaan en nadien ongeveer vijf à zes maanden moet revalideren. [verweerder] zal dus ook na 1 februari 2026 enige tijd aangewezen zijn op een uitkering op grond van de Ziektewet en een aanvulling van zijn loon tijdens ziekte missen. Verder valt te verwachten dat [verweerder] ook na revalidatie niet direct vervangend werk zal kunnen verkrijgen met eenzelfde salaris als bij Linke Loetje. Verder kan met het toekennen van de genoemde billijke vergoeding aan Linke Loetje het signaal worden gegeven om zich te onthouden van ernstig verwijtbaar handelen. Met een billijke vergoeding van € 10.000,00 bruto wordt [verweerder] daarvoor ook in voldoende mate gecompenseerd.
4.18.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om de transitievergoeding in mindering te brengen op de billijke vergoeding. Die vergoeding zal [verweerder] naar verwachting nodig hebben voor het vinden en verkrijgen van andere werkzaamheden.
4.19.
Linke Loetje zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 10.000,00 bruto.
mogelijkheid tot intrekking van het verzoek
4.20.
Linke Loetje krijgt de gelegenheid om het verzoek in te trekken, binnen de hierna genoemde termijn, omdat aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden. [10]
proceskosten
4.21.
De proceskosten komen voor rekening van Linke Loetje, omdat Linke Loetje ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en in die zin overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden aan de hand van de Aanbeveling schikking en proceskosten Wwz (te vinden op www.rechtspraak.nl) begroot op € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde van [verweerder] .
4.22.
Als Linke Loetje het verzoek intrekt, zal Linke Loetje de proceskosten van [verweerder] moeten betalen, te weten eveneens € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde van [verweerder] .

5.De beoordeling van het tegenverzoek

de omvang van de arbeidsovereenkomst
5.1.
[verweerder] verzoekt voor recht te verklaren dat de arbeidsomvang van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wordt vastgesteld op 25 uren per week en 110 uur per maand. [11] De arbeidsomvang dient volgens [verweerder] te worden gebaseerd op een langere periode dan drie maanden, namelijk de referentieperiode van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2025, omdat deze laatste referentieperiode een juist(er) beeld vormt van de gemiddelde arbeidsomvang.
5.2.
De kantonrechter wijst de door [verweerder] verzochte verklaring voor recht toe. Linke Loetje heeft de gemotiveerde toelichting van [verweerder] over de te hanteren referentieperiode niet dan wel onvoldoende betwist. Linke Loetje heeft gesteld dat over de maanden juli, augustus en september 2025 een arbeidsomvang van 97,66 uur kan worden gereconstrueerd, maar daarmee is niet weerlegd dat de door [verweerder] genoemde referentieperiode een juist(er) beeld geeft van de gemiddelde arbeidsomvang en dat de periode over de maanden juli, augustus en september 2025 niet representatief is. Uitgaande van de door [verweerder] genoemde referentieperiode is sprake van een gemiddelde arbeidsomvang van 25 uren per week en 110 uur per maand.
veroordeling tot betalen loon
5.3.
Het verzoek van [verweerder] om loondoorbetaling vanaf 1 augustus 2025 tot het einde van het dienstverband zal worden toegewezen. Ter zitting is door Linke Loetje erkend dat het door [verweerder] gestelde salaris van € 1.598,30 bruto per maand klopt en dat dit maandsalaris moet worden vermeerderd met 9,79% vakantiegeld en 10,64% uitbetaling vakantie-uren.
5.4.
De verzochte wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat Linke Loetje het loon niet tijdig heeft betaald en er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat Linke Loetje het loon niet tijdig en volledig zal doorbetalen tot het einde van het dienstverband.
er wordt een transitievergoeding toegekend
5.5.
De voorwaarde waaronder [verweerder] een verzoek heeft gedaan ten aanzien van de transitievergoeding is vervuld, omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Partijen zijn het erover eens dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding. Het verzoek om Linke Loetje te veroordelen tot betaling van die transitievergoeding wordt daarom toegewezen, zoals door [verweerder] verzocht.
proceskosten
5.6.
Linke Loetje krijgt overwegend ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. Gelet op de samenhang met het verzoek van Linke Loetje is er echter aanleiding om die kosten op nihil vast te stellen.

6.De beslissing

De kantonrechter
ten aanzien van het verzoek
6.1.
stelt Linke Loetje in de gelegenheid om het verzoek
uiterlijk 10 december 2025in te trekken, door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de (gemachtigde van de) wederpartij,
Voor het geval Linke Loetje het verzoek niet binnen die termijn intrekt:
6.2.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2026;
6.3.
veroordeelt Linke Loetje om aan [verweerder] een billijke vergoeding te betalen van € 10.000,00 bruto;
6.4.
veroordeelt Linke Loetje in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Linke Loetje niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst af het meer of anders verzochte;
Voor het geval Linke Loetje het verzoek binnen die termijn intrekt:
6.7.
veroordeelt Linke Loetje in de proceskosten van € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde van [verweerder] ;
6.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
ten aanzien van het tegenverzoek
6.9.
veroordeelt Linke Loetje, voor zover het verzoek om ontbinding niet wordt ingetrokken, om aan [verweerder] een transitievergoeding te betalen die is gebaseerd op het hiervoor bepaalde loon alsmede op de periode vanaf datum van indiensttreding tot aan de ontbindingsdatum;
6.10.
verklaart voor recht dat de omvang van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2025 25 uren per week en dus 110 uren per maand bedraagt;
6.11.
veroordeelt Linke Loetje om aan [verweerder] te betalen het verschuldigde loon ter hoogte van € 1.598,30 bruto per maand vanaf 1 augustus 2025 tot 1 februari 2026, te vermeerderen met 9,79% vakantiegeld en 10,64% uitbetaling vakantie-uren;
6.12.
wijst het verzoek voor het overige af;
6.13.
veroordeelt Linke Loetje in de proceskosten, die worden vastgesteld op nihil;
6.14.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 7:669 lid Pro 3, onder d, BW.
4.Artikel 7:669 lid Pro 3, onder g, BW.
5.Artikel 7:671b lid 9, onder a, BW.
6.Artikel 7:671b lid 9, onder c, BW.
7.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 januari 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2022:63 (
8.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 maart 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2017:404.
9.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 8 juni 2018, te vinden op www.rechtspraak.nl, met nummer ECLI:NL:HR:2018:878 (
10.Artikel 7:686a lid 6 BW.
11.Artikel 7:610b BW.