Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
40K en een Roley toch?). [medeverdachte 3] antwoordt bevestigend. [medeverdachte 1] overlegt daarna met [snapchataccount 2] over de plek (station Halfweg Zwanenburg) waar hij en [medeverdachte 2] zullen worden opgehaald. Om 01.09 uur laat [snapchataccount 2] weten dat ‘zijn man’ daar staat.
Ik heb iemand gezien met een revolver, deze had degene vast die als bijrijder zat in de witte auto, vermoedelijk dus [snapchatnaam] .”De rechtbank begrijpt uit de overige inhoud van die verklaring dat met [snapchatnaam] wordt bedoeld [snapchataccount 2] , dus [de verdachte] .
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 10 december 2024 van [reclasseringswerker] , als reclasseringswerkster verbonden aan het Leger des Heils. Daarin staat dat vanuit eerdere reclasseringscontacten is gebleken dat er risico’s worden gezien op het gebied van huisvesting, dagbesteding, schuldenproblematiek en de psychosociale gesteldheid van de verdachte. De reclassering schrijft dat de verdachte, anders dan voorheen, zegt mee te willen werken en open te staan voor hulp op meerdere leefgebieden. Bij een veroordeling adviseert de reclassering – gezien de ernst van de verdenkingen tezamen met de problemen op meerdere leefgebieden en de (schijnbaar) veranderde houding van de verdachte (ten aanzien van hulpverlening) – een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
7.Vrijheidsbeperkende maatregelen
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
ZES JAREN.
€ 21.729,94, bestaande uit € 13.729,94 als vergoeding voor de materiële en € 8.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over:
- € 20.978,94 vanaf 16 juni 2023; en
- € 751,00 vanaf 3 juli 2023;
€ 7.000,00, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.