De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 20 februari 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker een mentorschap voor betrokkene aanvraagt, met zichzelf als mentor. De dochter van betrokkene voert verweer en betwist de diagnose dementie die ten grondslag ligt aan het verzoek. Tevens stelt zij dat verzoeker vanwege leeftijd ongeschikt is als mentor.
De rechtbank heeft diverse schriftelijke stukken, medische verklaringen en een mondelinge behandeling in overweging genomen. Betrokkene is gehoord en blijkt symptomen te vertonen die passen bij een psychogeriatrische aandoening, waaronder gebrek aan realiteitszin en decorumverlies, ondanks dat hij sommige feiten nog kan herinneren. De kantonrechter acht betrokkene niet in staat zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen.
De voorkeur van betrokkene gaat uit naar verzoeker als mentor, en er zijn geen bezwaren tegen diens benoeming, ondanks de leeftijdsbezwaren van de dochter. De rechtbank wijst het verzoek toe, stelt het mentorschap in en benoemt verzoeker tot mentor, waarbij het belang van betrokkene en zijn zorgbehoefte centraal staan.