Eiseres, een rechtspersoon, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen en verzuimboeten omdat zij geen aangifte omzetbelasting deed via het verplichte eHerkenningsysteem. De rechtbank oordeelde dat de verplichting om eHerkenning te gebruiken niet onrechtmatig is en dat de kosten daarvan niet onevenredig hoog zijn. Het verschil in behandeling tussen natuurlijke personen en rechtspersonen is rechtmatig, omdat natuurlijke personen gebruik kunnen maken van DigiD, terwijl rechtspersonen vanwege het vereiste beveiligingsniveau eHerkenning moeten gebruiken.
De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk voor zover deze gericht waren tegen de naheffingsaanslagen en enkele boetebeschikkingen waarvoor geen procesbelang meer bestond. Voor de overige verzuimboeten oordeelde de rechtbank dat deze terecht waren opgelegd, aangezien eiseres geen aangifte had gedaan en de belasting niet had betaald. Er was geen sprake van afwezigheid van schuld of een pleitbaar standpunt om de boetes te vernietigen.
De rechtbank wees erop dat de kosten voor eHerkenning tussen de € 25 en € 35 lagen en dat er een compensatieregeling bestond. Het gebruik van DigiD door de directeur van de rechtspersoon is onvoldoende om de vertegenwoordigingsbevoegdheid vast te stellen. De rechtbank volgde eiseres niet in haar stelling dat de naheffingsaanslagen en boetes onrechtmatig zijn opgelegd. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 27 maart 2025 te Haarlem. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.