Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Dienst Toeslagen op haar verzoek tot integrale herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 23 februari 2021. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 26 juli 2023 verweerder opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen en een dwangsom opgelegd voor overschrijding van die termijn.
Op 4 maart 2025 diende eiseres een opvolgend beroep in wegens het opnieuw uitblijven van een beslissing. De rechtbank constateert dat de beslistermijn opnieuw is overschreden en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank volgt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij herhaalde beroepen na het verstrijken van de 60-weken termijn een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 passend is.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt de dwangsom op. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €53 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter G.H. de Soeten en griffier Z.G. Ramsaroep op 10 april 2025 te Haarlem.