Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2025 in de zaak tussen
Rafema Beheer B.V.gevestigd in Medemblik (hierna: vergunninghouder; gemachtigde: mr. W. de Vis).
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een beroep van Stichting Dorpsraad Opperdoes tegen het college van burgemeester en wethouders van Medemblik over de verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van een voormalig woon- en zorgcomplex tot 65 zelfstandige wooneenheden. De vergunning werd verleend met toepassing van artikel 4 van Pro Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor), de zogenaamde kruimelregeling, waardoor afgeweken kan worden van het bestemmingsplan.
De Dorpsraad betoogde dat de afwijking niet beperkt was en dat de verkoop van sociale huurwoningen aan een commerciële partij leidde tot verlies van betaalbare seniorenhuisvesting. De rechtbank oordeelde echter dat aan de voorwaarden van de kruimelregeling was voldaan en dat de omvang van de sociale gevolgen niet relevant is voor de toepassing daarvan.
De rechtbank stelde vast dat het college beleidsruimte heeft bij het afwegen van belangen en dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen omdat er geen strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Dorpsraad had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het college onredelijk had gehandeld of dat er geen behoefte is aan het type woningen. Ook werd geoordeeld dat het college niet verantwoordelijk is voor afspraken tussen vergunninghouder en derden.
De rechtbank wees verder de klachten over gebrek aan participatie, het niet betrekken van de gemeenteraad en vermeende onjuiste voorlichting af. De omgevingsvergunning blijft in stand, het beroep wordt ongegrond verklaard en de Dorpsraad krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de Dorpsraad wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.