ECLI:NL:RBNHO:2025:4135
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Regeling dienstverlening aan huis leidt tot indirecte discriminatie en wordt buiten toepassing gelaten
Eiseres, werkzaam als huishoudelijke hulp bij zeven particuliere huishoudens, werd een Ziektewet-uitkering geweigerd op grond van de uitzonderingsbepaling in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ziektewet. Deze bepaling sluit werknemers die minder dan vier dagen per week diensten verrichten bij particulieren uit van de werknemersverzekeringen.
Eiseres stelde dat deze uitzonderingsbepaling indirect discrimineert op grond van geslacht en in strijd is met artikel 4, eerste lid, van Richtlijn 79/7/EEG en het Vrouwenverdrag. Verweerder voerde aan dat het handhaven van de regeling noodzakelijk is om de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening te stimuleren en illegale arbeid te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat de uitzonderingsbepaling inderdaad indirect discriminerend is en dat verweerder niet heeft aangetoond dat deze regeling voldoet aan de vereisten van geschiktheid en noodzakelijkheid. Onderzoeken, waaronder het rapport van de commissie Kalsbeek, tonen geen positief effect op het tegengaan van illegale arbeid of stimulering van werkgelegenheid. Alternatieven zijn mogelijk en de regeling is gebaseerd op beleidskeuzes zonder voldoende empirische onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en laat de uitzonderingsbepaling van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ziektewet buiten toepassing voor eiseres.