Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag door de Dienst Toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft niet tijdig beslist op dit bezwaar, waardoor eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd en vervolgens beroep heeft ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op het bezwaar is verstreken en dat verweerder daarmee in gebreke is gebleven. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor iedere dag dat de termijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025.