Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de Dienst Toeslagen over de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit bezwaar beslist, waarop eiseres een ingebrekestelling stuurde en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen 60 weken na 3 oktober 2024 alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor verdere overschrijding.
Daarnaast krijgt eiseres vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De rechtbank volgt hierbij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht.