Eiser diende op 30 november 2023 een aanvraag in voor de integrale beoordeling van kinderopvangtoeslag. Verweerder verlengde de beslistermijn tot uiterlijk 30 november 2024, maar nam geen besluit binnen deze termijn. Eiser stelde verweerder op 7 februari 2025 in gebreke en ontving op 6 maart 2025 een dwangsom toegekend wegens het niet tijdig beslissen.
Op 25 april 2025 stelde eiser beroep in bij de rechtbank wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op binnen twaalf weken na 8 mei 2025 een vooraankondiging te verzenden en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of na zes weken een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53 aan eiser.