Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Dienst Toeslagen over aanvullende werkelijke schadevergoeding. Zij stelde de Dienst Toeslagen in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift van 7 november 2024. Ondanks ingebrekestelling werd niet binnen de wettelijke termijn besloten. Verweerder weigerde de ingebrekestelling in behandeling te nemen vanwege een naam- en BSN-verschil in de bijlage.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling wel correct was en dat verweerder deze ten onrechte niet in behandeling heeft genomen. Hierdoor is de beslistermijn overschreden, waardoor eiseres terecht beroep instelde. De rechtbank legt een bestuurlijke dwangsom van €1.442 op wegens de overschrijding tot op heden en stelt een nieuwe beslistermijn van 60 weken na 11 februari 2025, met een dagdwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres van €453,50 en het griffierecht van €53. De uitspraak is gedaan door rechter G.H. de Soeten op 26 mei 2025.